Hier is de kans op eigen huis het grootst: 1 koophuis per 3 mensen
In Zeeland staat één koopwoning per drie inwoners. In Noord-Holland moet je die woning met ruim vier mensen delen. Nieuwe cijfers van het CBS laten zien dat de kans op een eigen huis nog altijd flink verschilt per provincie, en de verklaring zit ‘m niet in gezinsgrootte of vierkante meters, maar in de huurmarkt. We channelen onze inner makelaar en duiken in de cijfers.
We legden de laatste woningvoorraadcijfers van het CBS naast het inwonertal per provincie. Daar rolt een heldere ranglijst uit, met een koploper vol vakantiegevoel en een dubieuze sleutelrol voor de Randstad.
Koopwoningen per inwoner
Zeeland vakantieland
Landelijk staan er gemiddeld 263 koopwoningen per 1.000 inwoners, oftewel gemiddeld 3,8 inwoners per koopwoning. Zeeland zit daar flink boven met 331 koopwoningen per 1.000 inwoners. Tussen koploper Zeeland en hekkensluiter Noord-Holland (241) zit een verschil van zo’n 90 koopwoningen per 1.000 inwoners.
Een groot ingrediënt in die opvallende koppositie is het feit dat er in Zeeland veel vakantieverblijven staan. Maarliefst 6,6 procent van de Zeeuwse koopwoningen staat officieel leeg, meer dan het dubbele van het landelijk gemiddelde (3,0 procent) en ruim drie keer zoveel als in Flevoland (1,9 procent). Tel je alleen de bewoonde koopwoningen mee, dan zakt Zeeland naar 309 per 1.000 inwoners. Nog steeds de hoogste van het land en daarmee een absolute nummer 1-positie, maar het tweede huisje aan het strand vertekent de boel uiteraard wel ietwat.
Koophuisdichtheid per provincie
Over ranglijsten gesproken, dit is de ranglijst van provincies met de meeste koopwoningen per duizend inwoners.
| Ranking | Provincie | Koopwoningen per 1.000 inwoners |
|---|---|---|
| 1 | Zeeland | 331,0 |
| 2 | Drenthe | 302,9 |
| 3 | Limburg | 293,4 |
| 4 | Fryslân | 292,7 |
| 5 | Noord-Brabant | 276,2 |
| 6 | Overijssel | 273,1 |
| 7 | Gelderland | 271,7 |
| 8 | Groningen | 266,3 |
| 9 | Flevoland | 263,4 |
| 10 | Utrecht | 255,7 |
| 11 | Zuid-Holland | 241,2 |
| 12 | Noord-Holland | 240,9 |
| Nederland | 263,5 |
Huurwoningdichtheid per provincie
Kijk je naar het aantal huurwoningen per duizend inwoners, dan krijg je het volgende plaatje.
| Ranking | Provincie | Huurwoningen per 1.000 inwoners |
|---|---|---|
| 1 | Noord-Holland | 233,3 |
| 2 | Groningen | 221,2 |
| 3 | Zuid-Holland | 217,5 |
| 4 | Limburg | 191,4 |
| 5 | Utrecht | 183,9 |
| 6 | Fryslân | 177,0 |
| 7 | Noord-Brabant | 174,7 |
| 8 | Gelderland | 171,5 |
| 9 | Overijssel | 171,4 |
| 10 | Zeeland | 157,2 |
| 11 | Drenthe | 151,7 |
| 12 | Flevoland | 146,6 |
| Nederland | 194,6 |
Zet de twee ranglijsten naast elkaar en het contrast valt direct op. Noord-Holland en Zeeland staan bijna gespiegeld. Noord-Holland is hekkensluiter bij koop maar koploper bij huur, Zeeland precies andersom. Groningen is de opvallendste tussenpositie: qua koopwoningen een middenmoter (plek 8), maar met 221,2 huurwoningen per 1.000 inwoners wel de nummer twee van het land, hoger zelfs dan Utrecht. Daar komen we zo op terug.
Waarom het niet aan gezinsgrootte ligt
Zoek je de verklaring in huishoudensgrootte, dan kom je bedrogen uit. Zeeland en Zuid-Holland tellen allebei gemiddeld 2,1 personen per huishouden, nagenoeg gelijk. Het echte verschil zit in hoeveel van de woningvoorraad wordt verhuurd. In Noord-Holland is 49 procent van alle woningen een huurwoning, in Zuid-Holland 47 procent, in beide provincies goed voor ruim 31 procent sociale huur. In Zeeland is nog geen 32 procent van de woningen huur, met Drenthe (33 procent) als naaste concurrent.
Groningen is de uitzondering op de regel. Op de kaart een noordelijke, landelijke provincie, maar met 45 procent huurwoningen zit die qua huurquote dichter bij Noord-Holland dan bij buren Drenthe of Fryslân. De verklaring past in één stad: Groningen heeft een van de grootste studentenpopulaties van het land, en studenten kopen zelden een huis.
Bewoond versus niet bewoond
Naast koop en huur splitst het CBS de woningvoorraad ook op in bewoond en niet bewoond, ongeacht eigendomsvorm. Landelijk staat 4,3 procent van alle woningen leeg. Zeeland zit daar ver boven: 8,1 procent van de Zeeuwse voorraad, koop én huur samen, staat niet bewoond. Dat is het hoogste percentage van het land, bijna het dubbele van het landelijk gemiddelde en ruim tweeënhalf keer zoveel als in Flevoland (3,2 procent), de provincie met verhoudingsgewijs de minste lege woningen.
Omgerekend naar een ratio wordt het verschil nog duidelijker. In Flevoland staan tegenover elke niet-bewoonde woning gemiddeld 30,6 bewoonde woningen. In Zeeland is die verhouding 11,4 tegen 1.
| Provincie | % niet bewoond | Bewoond : niet bewoond |
|---|---|---|
| Zeeland | 8,06% | 11,4 : 1 |
| Groningen | 5,09% | 18,6 : 1 |
| Noord-Holland | 4,93% | 19,3 : 1 |
| Limburg | 4,79% | 19,9 : 1 |
| Zuid-Holland | 4,57% | 20,9 : 1 |
| Fryslân | 4,35% | 22,0 : 1 |
| Nederland | 4,32% | 22,1 : 1 |
| Overijssel | 3,96% | 24,2 : 1 |
| Utrecht | 3,76% | 25,6 : 1 |
| Drenthe | 3,68% | 26,2 : 1 |
| Gelderland | 3,61% | 26,7 : 1 |
| Noord-Brabant | 3,55% | 27,2 : 1 |
| Flevoland | 3,16% | 30,6 : 1 |
Leg dat naast het hoge aandeel koopwoningen, en het Zeeuwse plaatje is compleet: de provincie heeft niet alleen verhoudingsgewijs de meeste eigen huizen, ze heeft ook verhoudingsgewijs de meeste woningen die niemand het hele jaar bewoont.
Beide cijfers wijzen dezelfde kant op. Een flink deel van de Zeeuwse kust functioneert als tweede-huizenmarkt, niet als reguliere woningmarkt met vaste bewoners. Flevoland is het spiegelbeeld: een jonge provincie zonder noemenswaardige vakantiehuizenmarkt, waar vrijwel elke woning gewoon iemands hoofdverblijf is.
Aan de onderkant: de Randstad
Noord-Holland en Zuid-Holland sluiten de rij, en dat is niet toevallig. Beide provincies hebben met 233 en 218 huurwoningen per 1.000 inwoners de hoogste huurdichtheid van het land, met steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag die veel sociale huurwoningen, een grote particuliere verhuurmarkt voor studenten en internationals, en huizenprijzen hebben die een eerste koop voor grote groepen mensen simpelweg buiten bereik houden. Utrecht bungelt om diezelfde reden op plek 10, ondanks alle weilanden net buiten de stadsgrens.
Voor huizenzoekers is de conclusie weinig verrassend, maar wel hard in cijfers: hoe verder van de Randstad, hoe groter de kans dat je buren een eigen huis hebben in plaats van een huurcontract. Voor de Zeeuwse en Drentse makelaardij betekent het vooral meer taxaties, hypotheekadviezen en notarisafspraken per hoofd van de bevolking. In de Randstad draait de lokale economie eerder om verhuurmakelaars en woningcorporaties dan om de NVM-makelaar op de hoek.
Wat dit betekent voor je eigen zoektocht
Zoek je zelf een koopwoning? Op de meeste plekken bleven de huizenprijzen het afgelopen kwartaal stijgen, maar er zijn ook zes gemeenten waar het voor kopers juist iets aangenamer werd. Die lichtten we eerder al voor je uit in dit artikel.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.manners.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F07%2F97876.png)