Het aantal vakantiegangers per inkomen: CBS toont uitdijende kloof
De zomer is begonnen en Nederland pakt weer massaal de koffers. Net als in 2025, toen bijna driekwart van de Nederlanders minimaal één keer op zomervakantie ging. Toch vertellen de cijfers niet alleen een vrolijk verhaal over campings, hotels, volgepakte auto’s, overvolle vliegtuigen en Franse tolwegen. Achter de bijna 22 miljoen zomervakanties gaat namelijk ook een pijnlijke vakantiekloof schuil.
Terwijl veel Nederlanders bezig zijn met hun vakantieplannen voor deze zomer, blikt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) nog even terug op de zomervakanties van vorig jaar. Dat levert een hoop interessante cijfers op over bestemmingen, vervoersmiddelen en accommodaties, maar ook over de financiële kant. Op vakantie gaan is namelijk lang niet voor iedereen vanzelfsprekend.
Vakantie lijkt vanzelfsprekend, maar is dat niet
Op het eerste oog valt dat misschien niet zo op. Volgens het CBS gingen in de zomer van 2025 ongeveer 10,8 miljoen Nederlanders van 15 jaar of ouder minimaal één keer op vakantie. Dat is 72 procent van alle Nederlanders in die leeftijdsgroep. Een ruime meerderheid dus, maar die verhouding verandert al snel wanneer je de inkomenscijfers erbij pakt. Dan wordt duidelijk dat er in Nederland zeker sprake is van een vakantiekloof.
Zoals je in onderstaande tabel kunt zien, ging 87 procent van de mensen uit de hoogste inkomensgroep in 2025 op zomervakantie. Dat is meer dan twee keer zoveel als in de laagste inkomensgroep, waar slechts 41 procent van de mensen vorige zomer op vakantie ging.
Hoge inkomens pakken veel vaker de koffers
| Inkomensgroep | Aandeel dat in 2025 op zomervakantie ging |
|---|---|
| Laagste inkomensgroep | 41,4% |
| Tweede inkomensgroep | 58,7% |
| Derde inkomensgroep | 74,3% |
| Hoogste inkomensgroep | 87,3% |
(Bron: CBS)
Dat vakantie makkelijker wordt als er meer geld binnenkomt, is natuurlijk geen wereldschokkende conclusie. Maar de omvang van deze kloof is dat wel. Voor Nederlanders met een hoog inkomen is de zomervakantie bijna vanzelfsprekend. Voor de laagste inkomensgroep geldt dat duidelijk niet. Daar bleef vorig jaar een meerderheid thuis.
De vakantiekloof wordt steeds groter
En wat het vooral pijnlijk maakt, is dat deze kloof de afgelopen jaren alleen maar groter is geworden. In 2021 zat er nog 26,9 procentpunt tussen de laagste en hoogste inkomensgroep. In 2025 is dat verschil opgelopen tot 45,9 procentpunt. Dat komt niet zozeer doordat mensen met een hoger inkomen ineens massaal vaker een zomerse reis maken, maar vooral doordat vakantie voor de laagste inkomensgroep steeds verder uit beeld raakt.
| Jaar | Laagste inkomensgroep | Hoogste inkomensgroep | Vakantiekloof |
|---|---|---|---|
| 2021 | 56,3% | 83,2% | 26,9 procentpunt |
| 2022 | 55,9% | 83,3% | 27,4 procentpunt |
| 2023 | 53,2% | 86,3% | 33,1 procentpunt |
| 2024 | 48,6% | 87,6% | 39,0 procentpunt |
| 2025* | 41,4% | 87,3% | 45,9 procentpunt |
(Bron: CBS)
Zoals je hierboven kunt zien, ging in 2021 nog meer dan de helft van de laagste inkomensgroep op zomervakantie. In 2025 was dat nog maar iets meer dan vier op de tien. Aan de bovenkant van de inkomensladder blijft vakantie ondertussen vrijwel vanzelfsprekend. Daar gingen mensen zelfs iets vaker op vakantie. Die stijging is niet enorm, maar doordat de laagste inkomensgroep steeds vaker thuisblijft, groeit de vakantiekloof alsnog hard door.
Zo houd je vakantie betaalbaar
Mochten jouw vakantieplannen ook grotendeels worden bepaald door de inhoud van je portemonnee, dan loont het zeker om goed te vergelijken. En dan gaat het niet alleen om de prijs van je verblijf, maar ook om alles wat je ter plekke uitgeeft. Denk aan een kop koffie op het terras, een lunch aan zee of een diner met het gezin. Om je alvast op weg te helpen, hebben we de EU-vakantielanden met de goedkoopste horeca voor je op een rij gezet.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.manners.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F06%2FThomas-Aalderink-square.jpg)