Dit verdient een fietsenmaker in 2026, vergrijzing is groot probleem
Denk je dat je het druk hebt? Fietsenmakers, die hebben het pas echt druk. Door de groeiende vraag, steeds complexere reparaties en een fors personeelstekort loopt de werkdruk in de branche hard op. Goede fietsenmakers worden daardoor steeds schaarser. En dan dringt zich vanzelf de vraag op: als ze zo hard nodig zijn, wat verdient een fietsenmaker dan eigenlijk?
De tijd dat je even snel langs de fietsenmaker gaat om je band te laten plakken, ligt wel achter ons. Tegenwoordig is het vooral achteraan aansluiten en hopen dat je je fiets niet langer dan een week kwijt bent. Dat komt deels doordat er in Nederland steeds meer fietsen rondrijden, maar vooral door het type fiets dat inmiddels de markt domineert.
Complexere techniek, meer vraag en flinke vergrijzing
Tegenwoordig is 49 procent van alle nieuw verkochte fietsen een e-bike. Daardoor verandert ook het vak van fietsenmaker. Het werk is veel specialistischer en technischer geworden. Met alleen kennis van remmen, versnellingen en kettingen kom je er allang niet meer. De moderne fietsenmaker moet tegenwoordig bijna ook elektrotechnicus zijn om accu’s, motoren en aandrijvingen te kunnen onderhouden en repareren.
En reparaties zijn niet eens het grootste probleem. Vooral onderhoudsbeurten zorgen voor wachtrijen. Door de steeds complexere fietsen kosten die meer tijd, terwijl het er ook nog eens steeds meer worden. BOVAG verwacht dan ook dat de vraag naar service en onderhoud de komende jaren alleen maar verder stijgt. Aan werk is in deze branche dus geen gebrek. Nu nog de mensen vinden die het kunnen doen.
Dit verdien je in 2026 als fietsenmaker
Het echte probleem zit namelijk vooral in het personeelstekort. Al dat extra werk vergroot de vraag naar technisch personeel, maar de trend gaat juist de andere kant op. BOVAG ziet dat er veel vakmensen uitstromen. Niet omdat ze massaal voor een carrièreswitch kiezen, maar omdat ze stoppen met werken. De branche kampt namelijk met serieuze vergrijzing.
Er is dus vooral een tekort aan jonge fietsenmakers, en dat heeft mogelijk ook met het salaris te maken. Als gewone fietsenmaker of fietstechnicus kom je volgens het cao-handboek meestal uit in functiegroep E. Daar hoort volgens de cao sinds 1 februari 2026 een salaris bij van minimaal 2.711 euro per vier weken. Heb je een zwaardere of meer ervaren rol, bijvoorbeeld als eerste fietstechnicus, dan val je in functiegroep F. Daar hoort een salaris bij van minimaal 2.824 euro per vier weken.
Het maximale salaris van een fietsenmaker loopt nog op
Belangrijk daarbij is dat de salarissen in de cao dus niet per maand, maar per vier weken worden berekend. Omgerekend naar een normaal maandloon is dat ongeveer 2.937 euro bruto per maand voor een fietsenmaker in schaal E en 3.059 euro bruto per maand voor een eerste fietstechnicus in schaal F. Die salarissen lopen vervolgens per functiejaar op tot een maximum van respectievelijk 3.279,25 euro en 3.476,42 euro bruto per maand.
Deze bedragen gaan de komende tijd nog wel iets omhoog. Bij de laatste cao-onderhandelingen zijn namelijk meerdere loonafspraken gemaakt. Een deel daarvan is al doorgevoerd, maar er staan nog twee verhogingen op de planning. Per 1 januari 2027 gaat het loon in deze branche met 2,5 procent omhoog. Vier maanden later, op 1 mei 2027, volgt de laatste afgesproken verhoging van 1,3 procent.
Een vak dat steeds technischer wordt, maar niet lucratiever
Dat is zeker geen beroerd salaris, maar het zijn ook geen bedragen waardoor jongeren zich massaal aanmelden om fietsenmaker te worden. Zeker niet als je bedenkt dat het werk steeds technischer wordt. Een moderne fietsenmaker is allang niet meer alleen iemand die een ketting spant of een band plakt. Je moet echt een techneut zijn. En als dat je ligt, zijn er genoeg andere beroepen waarin je meer kunt verdienen of sneller kunt doorgroeien.
Veel fietsenmakers rekenen er dan ook niet op dat de wachtrijen snel verdwijnen. Ondertussen probeert BOVAG het grootste onderliggende probleem, het tekort aan nieuwe vakmensen, wel aan te pakken. Dat moet vooral gebeuren via beter onderwijs, met meer lokale opleidingslocaties, sterkere opleidingen en extra stageplaatsen.
Niet alleen fietsenmakers verdienen meer
Fietsenmakers zijn overigens niet de enigen van wie je je kunt afvragen of ze wel genoeg verdienen. Ook pakketbezorgers voelen zich al langer ondergewaardeerd. Hoeveel zij verdienen en waarom ze zo hard knokken voor meer, lees je hier.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.manners.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F06%2FThomas-Aalderink-square.jpg)