Michiel Hekkens
Michiel Hekkens Huizenmarkt vandaag
Leestijd: 3 minuten

Op deze huizen kun je nu onderbieden: tij op de woningmarkt keert

Jarenlang hadden huizenverkopers alle kaarten in handen, maar langzaam lijkt dit te veranderen. De nervositeit onder eigenaren neemt toe. Blijven de prijzen nog veel langer stijgen, of is dit de beste tijd om te verkopen? Voor kopers betekent dit meer onderhandelingsruimte. Bij deze huizen maak je kans met een bod onder de vraagprijs.

Met een gemiddelde verkoopprijs van 506.000 euro was een huis in Nederland nog nooit zo duur. Toch is er iets aan het bewegen. Zo zette het afgelopen kwartaal een recordaantal mensen zijn huis te koop. Dit komt deels door de uitpondgolf, waarbij verhuurders hun huurwoningen door ongunstigere regels verkopen, maar ook doordat verkopers licht nerveus beginnen te worden.

Niet alleen stegen de huizenprijzen in het tweede kwartaal nog maar met 2,1 procent op jaarbasis, ook het aantal bezichtigingen en biedingen neemt af. De gemiddelde verkooptijd neemt juist toe en is gestegen naar 32 dagen. Interessante ontwikkelingen voor kopers, want zo krijgen zij eindelijk weer wat meer onderhandelingsruimte. Bij huizen van de volgende typen maak je ook kans door te onderbieden in plaats van te overbieden.

NVM: overbieden nog steeds in trek, maar minder vaak

Ook in het tweede kwartaal van 2026 wordt op de meeste huizen nog steeds overboden, blijkt uit de nieuwe woningmarktanalyse van NVM. Op 71 procent van de huizen wordt overboden, gemiddeld met 4,7 procent. Op basis van de laatste analyse zijn er drie factoren die de kans dat je moet overbieden sterk vergroten.

Prijsklasse

Bij woningen tussen 350.000 en 500.000 euro wordt het vaakst overboden. Zowel starters als doorstromers hengelen in deze prijsklasse naar een huis, waardoor de concurrentie groot is. In meer dan 75 procent van de gevallen wordt overboden.

Locatie

Overbieden komt het meest voor in Utrecht, Zuid-Holland, Overig Groningen en Flevoland. In deze regio’s wordt in 80 procent van de gevallen overboden.

Type woning

Bij tussenwoningen wordt het vaakst overboden, namelijk in meer dan 80 procent van de gevallen, gevolgd door appartementen met 73 procent.

Tot slot is ook het energielabel een belangrijke factor voor huizenkopers. De meeste huizenkopers willen instapklaar (A of B), waardoor je bij lagere energielabels waarschijnlijk een minder concurrerend bod hoeft te doen.

Bij deze huizen maak je kans met een bod onder de vraagprijs

Bij huizen waar minder animo voor is, maak je ook kans met een bod onder de vraagprijs. Logischerwijs geldt dit voor de tegenovergestelde huistypen van de woningen waarop het vaakst wordt overboden.

Prijsklasse

Vooral bij huizen boven de miljoen maak je kans met een bod onder de vraagprijs. Het afgelopen kwartaal werden in deze prijsklasse meer huizen onder dan boven de vraagprijs verkocht. Ook huizen onder de 250.000 euro blijken minder gewild, waardoor behoudend bieden kansrijk kan zijn.

Locatie

In Zeeuws-Vlaanderen gaat een gemiddelde woning voor 1 procent onder de vraagprijs weg. In Groot-Amsterdam en Achterhoek daalde het afgelopen jaar zelfs de vraagprijs. Ook hier liggen er kansen om nog wat meer van de prijs af te pingelen.

Type woning

Bij vrijstaande woningen wordt bij het merendeel van de woningverkopen minder dan de vraagprijs betaald. Bij hoekwoningen en twee-onder-een-kapwoningen wordt wel nog overboden, maar minder vaak. Dit gebeurt in respectievelijk 73 en 68 procent van de gevallen.

Vraag eerst de WOZ-waarde op

Tot slot is het voorafgaand aan elk bod essentieel om de marktwaarde van de woning te achterhalen. Dit doe je door de WOZ-waarde op te vragen, de verkoopprijs van vergelijkbare woningen op te zoeken of door een of twee lokale makelaars een waardebepaling te laten doen. Pas dan weet je hoe de vraagprijs zich verhoudt tot de werkelijke waarde, en kun je bepalen of je daarboven of daaronder wil gaan zitten.

Michiel Hekkens
Geschreven door Michiel Hekkens

Michiel studeerde filosofie, woonde enige tijd in China en gaf les op een middelbare school voordat hij bij Manners terechtkwam. Als veelvraat van media en journalistiek dompelt hij zich net zo graag onder in de longreads van The Economist als in de onderbuik van Johan Derksen. Die brede interesse is terug te zien in zijn werk als redacteur. En of hij nu schrijft over de baas van de ECB of het goedkoopste Funda-krot van Oude Pekela, altijd dient zich wel een filosofisch zijpad aan. Dit laat hij nimmer onbewandeld.

Schrijf je in voor Manners Weekly!

Elke vrijdag echte verhalen regelrecht in je mailbox.