Michiel Hekkens
Michiel Hekkens Human Interest vandaag
Leestijd: 3 minuten

Dit is de leukste binnenstad in Nederland, ondanks totale teloorgang

De klassieke binnenstad heeft het zwaar in Nederland, blijkt uit een rapport van Ipsos. Dit komt niet alleen doordat we alles op Bol kopen, maar ook door de opkomst van outletdorpen als Batavia Stad en Mall of the Netherlands. Zet je de winkelgebieden op een rij, gemeten naar de verblijfsduur per bezoeker, dan houdt slechts één klassieke binnenstad enigszins stand. Dat is die van Utrecht.

Waarom laten we onze prachtige binnensteden zo verpieteren? Is het dan niet heerlijk om door een winkelstraat te slenteren, waar prachtige middeleeuwse gevels boven de Kruidvat en Etos uittorenen en je trommelvlies wordt gestreeld door de belletjes en tingeltangetjes van het draaiorgel? Even rondneuzen in de boekhandel of platenzaak, of een broek daadwerkelijk kunnen passen alvorens je hem koopt. Maar nee hoor. We gaan liever naar verschrikkelijke outletdorpen waar alles nep is, of scrollen apathisch door 569 Zalando-pagina’s om drie broeken te bestellen die we allemaal terugsturen. Zo, ons hart is weer even gelucht. Terug naar het rapport.

Rapport signaleert teloorgang van de binnenstad

In een uitgebreid onderzoek van Ipsos I&O, Movares en Sweco is het winkellandschap van Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht in kaart gebracht, aangevuld met Almere, Lelystad en de omliggende gemeenten. Hier woont ongeveer de helft van alle Nederlanders. Het rapport kijkt voornamelijk naar de ontwikkeling van de binnensteden, maar ook naar het bezoekgedrag in de verschillende winkelgebieden.

Een van de voornaamste conclusies is de teloorgang van het winkelgebied. Terwijl de bevolking van het onderzoeksgebied tussen 2021 en 2025 met bijna 4 procent groeide, nam het aantal winkels met 8 procent af. Vooral bij kleding- en sportzaken is de afname groot. Ook het bezoekgedrag verandert. Bezoeken worden gemiddeld korter en het aandeel lange bezoeken van twee uur of meer neemt af.

Utrecht heeft de leukste binnenstad, gemeten naar verblijfsduur

Daarmee wordt ook de vraag interessant welke winkelgebieden nog wél bezoekers weten vast te houden. Het rapport zet daarom de winkelgebieden ook af tegen elkaar op basis van de gemiddelde verblijfsduur per bezoeker.

RangWinkelgebiedGem. verblijfsduur
1Batavia Stad, Lelystad148 min.
2Utrecht Centrum113 min.
3Mall of the Netherlands, Leidschendam113 min.
4Amersfoort Centrum105 min.
5Almere Centrum104 min.
6Alkmaar Centrum104 min.
7Alexandrium, Rotterdam103 min.
8SugarCity, Halfweg100 min.
9Den Haag Centrum100 min.
10Rotterdam Centrum100 min.
Bron: Koopstromen Randstad

Utrecht houdt als enige klassieke binnenstad de concurrentie met de zielloze commerciële dorpen bij en staat met een gemiddelde verblijfsduur van 113 minuten op plek twee. Batavia Stad gaat hier als enige overheen, maar wel ruim. Een gemiddelde bezoeker brengt er 148 afstompende minuten door.

Binnenstad verandert van winkelplek in horecaplek

Tegenover de teloorgang van de detailhandel staat het floreren van de horeca. Vooral in de vier grote steden worden eettentjes, cafeetjes en restaurants steeds dominanter in het straatbeeld. In de horeca kwamen er de afgelopen jaren 7,2 procent banen bij, terwijl er de detailhandel juist 1,1 procent verdwenen.

Vroeger gingen mensen naar de stad om te shoppen en dronken ze tussendoor een kop koffie. Nu zitten ze de hele dag op het terras en lopen ze tussendoor een winkel binnen. De binnenstad zal dan ook niet helemaal verdwijnen, maar verandert van een plek om te shoppen naar een plek om je vol te stoppen. En van al het fastfood om naar binnen te schuiven, blijkt uit onderzoek van Manners, is een broodje kroket het ‘gezondst’.

Michiel Hekkens
Geschreven door Michiel Hekkens

Michiel studeerde filosofie, woonde enige tijd in China en gaf les op een middelbare school voordat hij bij Manners terechtkwam. Als journalistieke veelvraat dompelt hij zich net zo graag onder in de longreads van The Economist als in de onderbuik van Johan Derksen. Die brede interesse is terug te zien in zijn werk als redacteur. En of hij nu schrijft over de baas van de ECB of het goedkoopste Funda-krot van Oude Pekela, altijd dient zich wel een filosofisch zijpad aan. Dit laat hij nimmer onbewandeld.