Zo weinig verdient pomphouder per liter benzine en zovéél de staat
Hoewel de gekte er een beetje uit is, zijn de prijzen aan de pomp nog steeds schrikbarend hoog. Waar al dat geld heen gaat? Nou, volgens de ACM in ieder geval niet naar de pomphouder. Die profiteert amper van de stijgende benzine- en dieselprijzen. Maar hoeveel blijft er dan wel hangen bij het tankstation? En wie pakt de rest?
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) is deze week in de brandstofketen gedoken om te kijken naar de winsten sinds het uitbreken van de oorlog in Iran. Wat daarin vooral opvalt: er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat tankstations gemiddeld hogere winstmarges maken door de gestegen brandstofprijzen. De benzine wordt dus fors duurder, maar dat betekent niet dat de eigenaar van het tankstation opeens ook binnenloopt.
De opbouw van de benzineprijs ontleed
Dat roept de vraag op: hoeveel verdient een pomphouder eigenlijk aan een liter benzine? En als hij niet profiteert van de prijsstijging, wie dan wel? Om daarachter te komen, pellen we de benzineprijs zo ver mogelijk af en kijken we waar de opbrengst blijft plakken.
Laten we beginnen met de overheid. Over iedere liter benzine of diesel die je tankt, betaal je namelijk btw en accijns. En flink ook. Nederland behoort tot de landen waar brandstof het zwaarst wordt belast. Toch is dat door de recente prijsstijging niet ineens veel meer geworden. Alleen de btw stijgt mee met de pompprijs; accijns is een vast bedrag per liter en blijft dus gelijk.
De prijs van een liter benzine na belasting
In onderstaande tabel zie je hoeveel euro per liter er nu naar de staatskas stroomt. Hierbij gaan we uit van de gemiddelde actuele brandstofprijzen volgens de ANWB. Deze staat voor een liter Euro 95 (E10) op 2,36 euro.
| Onderdeel | Bedrag per liter |
|---|---|
| Pompprijs Euro 95 (E10) | € 2,36 |
| Btw (21%) | ca. € 0,41 |
| Accijns | ca. € 0,84 |
| Belastingen samen | ca. € 1,25 |
| Prijs zonder belasting | ca. € 1,11 |
Van iedere liter benzine van 2,36 euro stroomt dus ongeveer 1,25 euro naar de staatskas. Zonder btw en accijns zou dezelfde liter ongeveer 1,11 euro kosten.
Productiekosten en marges
Na belastingen blijft er dus ongeveer 1,11 euro over. Dat bedrag moet vervolgens worden verdeeld over de complete brandstofketen. Denk aan de inkoop van ruwe olie, raffinage, transport, opslag en distributie. Alle partijen in die keten maken kosten en rekenen natuurlijk ook een marge zodat ze er wat aan kunnen verdienen.
Een grote hap daarvan gaat naar de productie. Volgens UnitedConsumers bedragen de productiekosten van benzine ongeveer 38 procent van het totaalbedrag aan de pomp. Bij een literprijs van 2,36 euro komt dat neer op ongeveer 90 cent per liter. Dat bedrag kan schommelen, omdat het voor een deel wordt bepaald door de prijs van ruwe olie. Daarnaast is volgens dezelfde bron ongeveer 9 procent van het totaalbedrag winst voor de oliemaatschappij en de pomphouder samen. In dit voorbeeld gaat het om ongeveer 21 cent per liter.
| Onderdeel | Aandeel van pompprijs | Bedrag bij € 2,36 |
|---|---|---|
| Productiekosten benzine | 38% | ca. € 0,90 |
| Winst/marge oliemaatschappij en pomphouder samen | 9% | ca. € 0,21 |
| Belastingen | ca. 53% | ca. € 1,25 |
| Totaal | ca. 100% | € 2,36 |
Hoeveel er overblijft voor de pomphouder
Die 21 cent per liter is dus niet de winst van de pomphouder alleen. Het bedrag moet worden gedeeld met de oliemaatschappij. Bovendien lijkt het hier niet te gaan om pure nettowinst, maar om marge. Uit het deel dat bij het tankstation blijft, moeten vaak ook nog allerlei kosten worden betaald: personeel, huur of grondkosten, energie, onderhoud, afschrijving, pintransacties, verzekeringen, vergunningen en soms afdrachten aan een formule of merk.
Hoeveel er daarna écht overblijft, verschilt sterk per tankstation. Een bemand station langs de snelweg heeft andere kosten dan een onbemande pomp op een industrieterrein. Ook maakt het uit of een station eigendom is van een grote oliemaatschappij, een franchisenemer of een zelfstandige ondernemer. Maar duidelijk is wel dat de pomphouder maar een klein deel van de literprijs overhoudt.
De echte winst zit in koffie, broodjes en de wasstraat
Om dat te compenseren, betaal je bij een tankstation vaak de hoofdprijs voor andere zaken. Op een liter benzine is de concurrentie groot en de prijs voor iedereen zichtbaar. Op een cappuccino van 3,50 euro, een broodje gezond van 5 euro of een wasbeurt van twee tientjes is dat net even anders.
De interessantere marges zitten dus vaak vooral in alles wat een klant naast de brandstof nog even meepakt. Denk aan koffie, broodjes, snacks, frisdrank, tabak, ruitenwisservloeistof en de wasstraat. De pomp lokt je het terrein op, maar de shop moet de kassa laten rinkelen. Dat verklaart ook waarom moderne tankstations, vooral langs de snelweg, steeds meer op kleine wegrestaurants lijken.
Wie wél verdient aan dure benzine
Onderaan de brandstofketen wordt dus weinig extra verdiend aan de hoge brandstofprijzen. Volgens de ACM komt dat vooral doordat de extra winsten hoger in de keten blijven hangen. De toezichthouder ziet dat sinds het uitbreken van de oorlog in Iran de winstmarges vooral bovenin de brandstofketen zijn gestegen, met name bij de verkoop van ruwe olie.
Dat zie je ook terug bij de grote oliebedrijven. Shell boekte in het eerste kwartaal van 2026 een winst van ruim 4,8 miljard euro. Volgens de NOS leverde de oorlog in het Midden-Oosten het bedrijf bijna een miljard euro extra winst op. En ook Saudi Aramco presenteerde bizarre cijfers. Het Saoedische staatsoliebedrijf zag de winst in het eerste kwartaal van 2026 fors stijgen. Volgens The Guardian kwam de kwartaalwinst uit op 33,6 miljard dollar.
Niet boos worden op de pomphouder
De volgende keer dat je tankt en licht geïrriteerd raakt door de hoge prijzen, reageer dat dus vooral niet af op de pomphouder. Van die ruim 100 euro voor een volle tank blijft maar weinig bij het tankstation hangen. Wil je de pomphouder toch een beetje blij maken, neem dan een koffie of Mars mee. Je frustratie kun je beter bewaren voor de grote oliebedrijven.
Overigens is het voor je gemoedstoestand goed om te onthouden dat de prijsstijging in Nederland nog relatief meevalt. Eerder keken we namelijk waar de benzineprijzen in Europa het hardst stijgen, en in die ranglijst staat Nederland verrassend laag. Helaas zegt dat vooral iets over de stijging, niet over de prijs zelf.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.manners.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F06%2FThomas-Aalderink-square.jpg)