Thomas Aalderink
Thomas Aalderink Voeding 9 jun 2026, 
Leestijd: 4 minuten

Zoveel dieren eten we per persoon in een jaar: meer vlees dan ooit

Nog nooit aten mensen zoveel vlees als vandaag de dag. Zoveel kippen, koeien en varkens eten we gemiddeld per persoon in een jaar.

Vleugels, burgers, biefstukjes, ribbetjes. De wereld is gek op vlees en we eten er meer van dan ooit, zo blijkt uit cijfers van de Verenigde Naties. In de afgelopen 60 jaar is de vleesconsumptie per wereldburger zelfs bijna verdubbeld. Om je een idee te geven hoeveel dieren we inmiddels jaarlijks naar binnen werken, hebben we de kilo’s omgerekend naar hele kippen, varkens en koeien.

Recentelijk presenteerde de voedsel- en landbouworganisatie FAO van de Verenigde Naties het rapport Drivers of supply and demand of terrestrial animal source food. Een diepgaande analyse van de wereldwijde vraag naar dierlijke producten, zoals vlees, zuivel en eieren. Hier kun je tal van interessante, en vaak ook schrikbarende, conclusies uithalen. Zo ook over de hoeveelheden vlees die we inmiddels consumeren.

Inmiddels gaat het wereldwijd om zo’n 47 kilo vlees per persoon per jaar, al eindigt dat niet allemaal in onze hongerige magen. Ongeveer 14 procent hiervan gaat verloren tijdens productie of wordt verspild. Ondanks dat blijft het een flinke berg vlees. Zeker als je kijkt naar hoe dat vroeger was. In 1961 lag de jaarlijkse vleesconsumptie namelijk nog op 25 kilo per persoon. Omdat het aantal aardbewoners in die periode ook flink is toegenomen, is de totale vleesproductie sindsdien zelfs verviervoudigd.

Van die 47 kilo vlees die jaarlijks per persoon beschikbaar is, belandt dus ongeveer 40 kilo daadwerkelijk op het bord. Als je weleens in de sportschool komt, kun je wel een inschatting maken van hoeveel dat is, maar het blijft een abstract gegeven. Het wordt een stuk concreter wanneer je het gaat omrekenen naar dieren. Als je dat doet, loop je straks met een heel andere blik door de kinderboerderij.

Kip, varken en koe domineren het wereldmenu

We kijken voor deze vergelijking naar de populairste dieren om op te eten: kippen, varkens en koeien. Deze drie dieren zijn samen goed voor ongeveer 87 procent van onze totale vleesconsumptie. Vooral kip is de grote winnaar op het wereldmenu. In 1961 was er wereldwijd minder dan 3 kilo kip per persoon beschikbaar. Inmiddels is dat gestegen naar 17 kilo per persoon per jaar. Dat is bijna zes keer zoveel. Heel verrassend is dat niet. Kip is relatief goedkoop, makkelijk te bereiden en past in vrijwel elke keuken.

Op plek twee vinden we op gepaste afstand het varken. Volgens de FAO is de wereldwijde hoeveelheid varkensvlees per persoon sinds 1961 ongeveer verdubbeld. Inmiddels gaat het om zo’n 15 kilo per persoon per jaar. Rundvlees is een ander verhaal. Waar kip en varken flink zijn gegroeid, is de hoeveelheid rundvlees redelijk stabiel gebleven. Volgens de FAO ligt die nog altijd rond de 9 kilo per persoon per jaar. Tel je kip, varken en rund bij elkaar op, dan blijft er nog ongeveer 6 kilo vlees over. Dat komt van andere dieren, zoals schapen, geiten of buffels.

Van kilo’s naar hele kippen, varkens en koeien

Tijd om die 17 kilo kip, 15 kilo varkensvlees en 9 kilo rundvlees per persoon per jaar om te rekenen naar hele dieren. Daarvoor moeten we wel een paar aannames doen. Niet iedere kip, ieder varken of rund levert natuurlijk precies evenveel vlees op. Ook belandt niet elk deel van een dier uiteindelijk als kipfilet, karbonade of biefstuk op je bord. Zie onderstaande cijfers daarom vooral als een grove, maar veelzeggende omrekening.

DierVlees per persoon per jaarBruikbaar vlees per dierOmgerekend naar dieren
Kip 🐓17 kilo1,8 tot 2 kiloongeveer 9 kippen
Varken 🐖15 kilo80 tot 90 kiloongeveer 1/6 varken
Rund 🐄9 kilo250 tot 300 kiloongeveer 1/25 tot 1/30 rund

Kort samengevat: de gemiddelde wereldburger werkt jaarlijks ongeveer een klein kippenhok naar binnen, deelt een heel varken met vijf anderen en heeft zo’n 25 tot 30 anderen nodig om samen een heel rund weg te werken.

Waarom deze vleesconsumptie niet één-op-één voor Nederland geldt

Wel belangrijk om bij deze cijfers in het achterhoofd te houden: het gaat om wereldgemiddelden. Die verhullen enorme verschillen tussen landen. In rijke landen ligt de vleesconsumptie doorgaans veel hoger dan in armere landen, waar vlees, zuivel en eieren vaak juist minder vanzelfsprekend zijn. Daardoor is de discussie ook niet overal hetzelfde. In sommige landen draait het vooral om toegang tot voldoende voedingsstoffen, terwijl in rijkere landen juist steeds vaker de vraag klinkt of er niet wat minder vlees op het bord kan. Niet alleen vanwege gezondheid, maar ook vanwege klimaat, dierenwelzijn en landgebruik.

De kilo’s vlees en aantallen dieren die je in dit artikel om de oren vliegen, zeggen dus niet één-op-één iets over ieder individu en al helemaal niet over de gemiddelde Nederlander. Ze laten echter wel goed zien hoeveel vlees we met z’n allen op aarde consumeren. En vooral hoe hard die wereldwijde vleesberg in de afgelopen zestig jaar is gegroeid.

Thomas Aalderink
Geschreven door Thomas Aalderink

Thomas komt uit Winterswijk, maar woont tegenwoordig in het keurige Voorhout. Bij mannenblad FHM leerde hij de klappen van de zweep. Hij schrijft het liefst over media, technologie en maatschappelijke ontwikkelingen, maar gaat net zo graag op pad voor een verslag van een event of sportwedstrijd.