Suit Stories: masterclass stoffenkennis

Exclusief op Manners.nl neemt Chris van Luxemburg je mee in de wereld van (maat)pakken. Chris is de oprichter van de Amsterdamse herenmodewinkels Pakkend. In de serie ‘Suit Stories’ vertelt Chris je de ins en outs en de do’s en don’ts van hét kenmerk van gentlemen: fraaie pakken. Vandaag geeft Chris je een spoedcursus stoffenkennis.

Wat hebben katoen, kasjmier, linnen, wol, vicuña, hennep, zijde, bamboe, mohair en polyester gemeen? Juist, je kunt van al deze materialen (en om het extra ingewikkeld te maken van vele mixen van deze fibers) een pak maken. Maar wat is goed en wat niet? Of wat is geschikt voor mij en wat niet? Of beter nog, wat is geschikt voor mij in een bepaalde omgeving of bij een bepaald gebruik?

Wat goed is voor de één, is een belachelijk idee voor de ander. Iemand die werkzaam is in de horeca en toevallig een beperkte garderobe tot zijn beschikking heeft, heeft een ander wensenlijstje dan de voorzitter van de raad van bestuur op de lederen achterbank van een Audi A8L. En dan is ook nog van belang of deze twee totaal verschillende mannen zich in noord- of zuid-Europa bevinden. Om het overzicht enigszins behapbaar te houden volgt hier een aantal gold rules to live by (of om omver te schoppen).

1. Soepel versus stug.

De meeste all season pakken (dus pakken die het hele jaar gedragen kunnen worden) zijn van 100% wol en hebben een gewicht van ongeveer 240 – 280 gram. Koop je meer aan de bovenkant van deze range dan zal een pak doorgaans iets duurzamer en warmer zijn. Verkies je de onderkant van deze gewichtsklasse, dan is het pak lichter en zal het wellicht wat sneller slijten. Dit hangt uiteraard af van de frequentie waarin het gedragen wordt. Alleen wanneer een pak van 100% wol is, mag er een zogenaamde ‘super’ waarde aangehangen worden. Superwaarden beginnen zo ongeveer bij 100 en eindigen bij 200. Dit getal zegt iets over de lengte van de vezel waar het stuk stof mee geweven is. Op dit punt kan een vakidioot een pleidooi houden waarbij we jouw attentie na 3 regels gegarandeerd kwijt zijn. Dus; we houden het leesbaar: hoe hoger het getal, hoe langer de draden en dus hoe soepeler de stof valt. Hoe korter, hoe stugger.

2. Het chique maar kwetsbare Kasjmier

Wanneer of waarom kasjmier? Eigenlijk alleen maar omdat het kan. Ten eerste is het loeiduur. Ten tweede is het kwetsbaar. Zoals je vaak in deze business ziet, zijn kostbare materialen niet erg duurzaam. We zeggen niet dat je geen kasjmier aan moet schaffen want wanneer je het voelt, (en je hebt het budget) ben je verkocht. Als je toch nog enige grip wenst te houden op je knip, spendeer dan geen euro’s aan een pantalon van dit materiaal (tenzij je alleen maar netjes braaf rechtop dient te staan) want een broek van dit materiaal is geen lang leven beschoren.

3. De zomerse, kreukende stoffen

Kreuken in de zomer? Ook al krijgen we doorgaans alleen maar plaatjes van goed gestylede Italianen in prachtig gekreukte linnen (of katoenen) pakken te zien; mondjesmaat loopt ook de Nederlandse man warm voor zomerse materialen. Katoen, linnen en misschien hennep en bamboe zijn materialen die redelijk top of mind zijn bij een beetje shopper. Als ik mannen in de winkel (of op locatie) kennis laat maken met deze goed ademende stofjes, is de gemiddelde reactie: ‘nee, ik wil niet dat het kreukt.’ Ok, in dat geval blijf je ver van de stoffen die gewonnen worden uit deze plantjes. Hopelijk vind je het niet erg dat ik mijn missionariswerk door blijf zetten totdat een acceptabel percentage Nederlandse mannen op z’n minst één zomers colbertje in de kast heeft hangen.

4. Tweed en flannel voor de winter

Wat moeten we dan in het najaar? Denk voor een uitbreiding van de garderobe eens aan tweed of flannel. We hebben het hier nog altijd over wol maar in het geval van tweed over zeer sterke (lees: lasts a lifetime), ruige wol. Doorgaans zwaarder en warmer. Probeer even niet aan het tweed jasje van je opa te denken maar probeer eens een colbertje van dit materiaal in een moderne snit. Tweedpakken zijn wat zeldzamer dan de tweed colberts, komen vaak met een ruitpatroon en gaan met een beetje goede zorg tientallen jaren mee. Gaat dit groffe gedoe je echt een stap te ver en wil je naast het jasje ook de broek? Dan is flannel voor het najaar zeker een aanrader. Deze wol komt in diverse gewichten en is vaak licht geruwd (en gevold) waarmee een hoge haalbaarheidsfactor wordt behaald. Een flannel pak is perfect voor het najaar en de winter. Een tikje warmer en met een rijke uitstraling. Alleen niet fietsen met die flannel broeken!

5. Shine met zijde

Tenzij je de bruid wenst te overshinen of een zonde wenst te begaan en de bruidegom én de bruid wenst te overshinen; trek dan geen glimmer in 100% zijde aan. Een zijden pak kan mooi zijn maar laat je alsjeblieft goed voorlichten en voorkom dat men voortdurend gaat vragen hoe laat je moet optreden. Een stijlvol zijden pak is niet goedkoop en mag er ook nimmer goedkoop uitzien. Weet bij dezen dat zijden stoffen die compleet glad geweven zijn (dus zonder enige reliëf of structuur) redelijk snel gaan kreuken. Wellicht is het veiliger om te kijken naar een mix van wol en zijde (waarbij het percentage zijde best op mag lopen tot 50%. Hoe meer zijde hoe meer glans. Let op; koop onder geen enkele voorwaarde een pak met een hoog zijdegehalte waar spanning op de naden zichtbaar is. Zijde en het wol nemen afstand van elkaar wanneer deze spanning groot en / of lang genoeg aanhoudt en lelijk stoffenletsel wordt dan pijnlijk zichtbaar.

6. Met Mohair de kreukels de baas

Mohair van de angorageit moet je zeker niet verwarren met Angora van het konijn waar nogal veel om te doen is, gezien de vaak pijnlijke manier waarop dit materiaal wordt verkregen. Kenmerken van dit materiaal: koel en sterk met een mooie glans. Gaat je pak nog wel eens koffer in en koffer uit? Met een aardige dosis mohair in je pak ben je kreuken de baas. Mohair heeft veel sprongkracht en herstelt snel. Het overwinnen van kreukels lukt ook prima met microfibres / polyester. Helaas heeft dit type geen best imago en proberen pakkenliefhebbers dit materiaal te omzeilen.

7. Polyester uit het verdomhoekje?

Toch nog even door op de kunststoffen. Ik zal bekennen dat ik onlangs tijdens een blinde test een wol/polyester doek verkoos boven een ‘stugge’ 100% wol. Het aanbieden van polyester is, vooral in een zichzelf respecterende (maat)pakkenomgeving als vloeken in de kerk. Het is not done. Toch denk ik dat het met 2017 in zicht tijd is om dit materiaal uit het verdomhoekje te halen. Ik heb in mijn maatpakkencarrière al aardig wat stoffen gevoeld en zie dat toonaangevende weverijen komen met spectaculaire mixen van wol en polyester uit hun laboratorium. Die voelen zo overtuigend lekker dat ze ervoor zorgen dat connaisseurs op het verkeerde been worden gezet. Het is niet langer zo dat het beperkt toevoegen van deze kunststofvezel een pak niet meer laat ademen en het er cheap uit laat zien. De techniek schrijdt voort en ik voorspel dat we er (zij het years from now) aan gaan wennen.

Reageer op artikel:
Suit Stories: masterclass stoffenkennis
Sluiten