Redactie
Redactie Stuff 18 april 2017

Dit werd ‘m niet: Pippin, de (vooruitstrevende) spelcomputer van Apple

Aan revolutionaire innovaties gaan ellenlange onderzoeken, testfases en pretentieuze presentaties vooraf. Des te pijnlijker is het als jouw uitvinding niet zo populair blijkt te zijn. Zo geldt ook voor de Pippin van Apple.

In 1995, toen de Super Nintendo nog de populairste game console was en de eerste PlayStation net was verschenen, kwam Apple met de Pippin. Dit apparaat, dat in samenwerking met het Japanse Bandai werd geproduceerd, was de eerste en de laatste spelcomputer van het Amerikaanse elektronicabedrijf.

De Pippin flopte, maar in feite was de spelcomputer zijn tijd ver vooruit. Zo was de console compatibel met terugwerkende kracht; toekomstige versies van de Pippin zouden ook games van het eerste model kunnen draaien.

Andere vooruitstrevende functies van de Pippin: toegang tot internet, de mogelijkheid om games op te slaan, ondersteuning educatieve software, een mediaplayer en je kon zelfs je muis en toetsenbord aansluiten op de console.

Niemand snapte de Pippin

Maar de wereld bleek hier nog niet klaar voor. De meeste mensen wisten bijvoorbeeld nog niet eens wat internet was. In totaal werden er slechts 42.000 van verkocht. Ter vergelijking: van de eerste Playstation zijn meer dan honderd miljoen exemplaren verkocht.

Toen Steve Jobs in 1997 terugkwam bij Apple, besloot hij per direct te stoppen met een aantal projecten. Zo kwam er een einde aan de Pippin. Jobs richtte zich op de iMac en een paar jaar later op de iPhone. Een spelcomputer is sinds de Pippin nooit meer uitgegeven door Apple.

Dit artikel is geschreven door Alrik de Jong en verscheen eerder op WANT.

Reageer op artikel:
Dit werd ‘m niet: Pippin, de (vooruitstrevende) spelcomputer van Apple
Sluiten