Zoveel Nederlanders voelen zich arm: ver onder EU-gemiddelde
Of je rijk of arm bent, kun je op tal van manieren berekenen of aantonen met cijfers en data. Toch gaat het onderaan de streep ook om gevoel. Want zelfs als je het op papier redelijk voor elkaar hebt, kun je nog steeds worstelen met je financiële situatie. Gelukkig is die groep in Nederland relatief klein. In de EU is zelfs maar één land waar minder mensen zich arm voelen dan bij ons.
Dat blijkt uit cijfers van Eurostat, het statistiekbureau van de Europese Unie. Zij kijken namelijk niet alleen naar armoede op papier, maar ook naar hoe mensen hun eigen financiële situatie ervaren. Wie aangeeft moeilijk of zeer moeilijk rond te kunnen komen, valt in deze meting onder subjectieve armoede. Onder de gehele EU-bevolking is dat tegenwoordig iets meer dan 17 procent. Zeker geen kleine groep, maar gelukkig neemt dit percentage de laatste jaren wel steeds verder af.
Armoedegevoel in Nederland bijna laagste van de EU
Toch zijn de verschillen tussen arm en rijk binnen de Europese Unie nog steeds enorm. Niet geheel verrassend zit Nederland aan de positieve kant van de streep. In 2025 gaf slechts 7,3 procent van de Nederlanders aan moeilijk of zeer moeilijk rond te kunnen komen. De subjectieve armoede is hier dus opvallend laag. Sterker nog: alleen in Luxemburg zijn er naar verhouding nog minder mensen die zich arm voelen. Daar gaat het om 7,1 procent.
Ook andere landen waar weinig mensen het gevoel hebben dat ze in armoede leven, vinden we vooral in Noord- en West-Europa. Denk aan Duitsland, Finland, Noorwegen en Zweden. De percentages lopen echter snel op wanneer je verder opschuift naar het Oosten of het Zuiden.
Zo groot zijn de verschillen in subjectieve armoede
In onderstaande tabel zie je per EU-land het percentage inwoners dat aangeeft moeilijk of zeer moeilijk rond te kunnen komen.
| Land | Aandeel dat moeilijk of zeer moeilijk rondkomt |
|---|---|
| Luxemburg | 7,1% |
| Nederland | 7,3% |
| Duitsland | 7,5% |
| Finland | 8,9% |
| Noorwegen | 9,1% |
| Zweden | 10,2% |
| Polen | 11,2% |
| Litouwen | 11,8% |
| Oostenrijk | 11,8% |
| Denemarken | 12,0% |
| Estland | 13,4% |
| Tsjechië | 13,8% |
| Malta | 15,0% |
| Slovenië | 15,3% |
| België | 15,5% |
| Ierland | 15,9% |
| Cyprus | 18,2% |
| Kroatië | 19,1% |
| Letland | 20,0% |
| Hongarije | 20,1% |
| Portugal | 20,3% |
| Spanje | 20,6% |
| Frankrijk | 21,8% |
| Italië | 22,4% |
| Slowakije | 23,0% |
| Roemenië | 23,4% |
| Servië | 31,1% |
| Turkije | 32,1% |
| Bulgarije | 36,1% |
| Griekenland | 67,2% |
(Bron: Eurostat, subjective poverty)
Grieken voelen zich met afstand het armst
Wanneer we door de lijst scrollen, lopen de percentages flink op. Zo is in Italië, Frankrijk en Spanje de groep inwoners die zich financieel klem voelt naar verhouding ongeveer drie keer zo groot als in Nederland. Ook in landen als België en Ierland ligt de subjectieve armoede aanzienlijk hoger dan bij ons.
Toch vallen al die percentages in het niet bij de pijnlijke hekkensluiter van deze lijst: Griekenland. Meer dan 67 procent van de Grieken geeft aan moeilijk of zeer moeilijk rond te kunnen komen. Daarmee is de subjectieve armoede met afstand het grootst in Griekenland. De eerstvolgende op de lijst is Bulgarije, met 36,1 procent. Dat is nog steeds enorm hoog, maar tegelijk bijna de helft lager dan in Griekenland.
Subjectieve armoede draait niet alleen om inkomen
Deze Eurostat-tabel laat daarmee vooral zien hoe groot de financiële gevoelsverschillen binnen Europa nog altijd zijn. Want het is wel belangrijk om nog eens te benadrukken dat subjectieve armoede iets anders is dan officiële armoede. Eurostat kijkt in deze tabel niet direct naar hoeveel geld mensen verdienen, maar naar hoe zij hun eigen financiële situatie ervaren.
Dat maakt de cijfers interessant, maar ook gevoelig voor context. Prijzen, woonlasten, schulden, spaargeld en vooral verwachtingen spelen allemaal mee. Iemand kan op papier boven een armoedegrens zitten, maar alsnog veel moeite hebben om rond te komen. Andersom kan iemand met een lager inkomen relatief weinig financiële stress ervaren, bijvoorbeeld door lage vaste lasten of een financiële buffer.
Armoede in Nederland gaat toenemen
Ongeacht hoe je het benadert, is het goed nieuws dat de subjectieve armoede in Nederland relatief laag is. Ons land behoort op dit gebied tot de best scorende landen van Europa. Of dat zo blijft, is echter de vraag. In de CPB-doorrekening van het coalitieakkoord is namelijk te zien dat de officiële armoede door de plannen van kabinet-Jetten (met wéér de VVD in de gelederen) juist weer iets oploopt. Hoeveel extra Nederlanders daardoor onder de armoedegrens belanden, hebben we eerder al voor je uitgezocht.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.manners.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F06%2FThomas-Aalderink-square.jpg)