A. de Jong
A. de Jong Life 3 aug 2017

In gesprek met Nassiri Belaraj, de moedige man achter de Marokkaanse boot tijdens de Gay Pride

Tijdens een festival op Ruigoord raakten we per toeval aan de praat met Nassiri Belaraj. Open persoonlijkheid, vrije prater, lachende ogen. Precies wat je verwacht tijdens een festival op het terrein van een kunstenaarskolonie nabij Amsterdam, waar je meer jezelf kunt zijn dan op iedere andere denkbare plek.

Maar nog niet zo lang geleden zag het leven van de oprichter van Pink Marrakech en organisator van de Marokkaanse boot tijdens de Gay Pride, dat sinds dit jaar officieel de Pride Amsterdam heet, er heel anders uit. In 2009 was hij na een 25 jaar lange worsteling met zijn seksuele geaardheid totaal moe gestreden. Klaar met het leven. “Alles was voorbereid, de pillen om er voorgoed een einde aan te maken lagen klaar.”

Het gesprek met Nassiri, dat veel te kort duurde, maakte indruk. Dus spraken we later in alle rust af voor een openhartig gesprek met deze inspirerende en moedige man, die de stem vertolkt van een grote groep mensen in onze maatschappij; mannen en vrouwen die vanwege hun cultuur niet uit de kast durven te komen. “Mijn drive? Ik gun niemand het gevoel dat ik 25 jaar lang heb gehad.”

Uit wat voor familie kom je?

“Mijn vader kwam in 1968 vanuit Marokko naar Nederland, mijn moeder in 1970. Ze hadden toen al twee kinderen, ik werd in 1974 geboren in Gorinchem. We waren uiteindelijk met zijn zessen thuis en hadden het niet makkelijk. Mijn moeder ook niet, omdat mijn vader er andere vrouwen op nahield en losse handjes had. Al vroeg gingen ze gescheiden.”

Wat deed dat met jou en het gezin?

“Rond mijn tiende wist ik al dat ik niet op meisjes viel. Maar door de scheiding was er helemaal geen ruimte om daar over na te denken. Mijn broer en ik kregen te horen dat wij nu de mannen van het gezin waren. Ik zat op dezelfde school als mijn zus en zusjes, maar moest naar hun ouderavonden om verslag te doen aan mijn moeder. En mijn vader stak zich in de schulden, zodat hij geen alimentatie hoefde te betalen. Een egocentrische man. Maar het gaf ook rust dat hij weg was.”

Hoe was de band met je moeder?

“Sinds mijn vader weg was, waren we als gezin heel close. We hadden het niet makkelijk, maar stonden bekend als een goed gezin. De band met mijn moeder was goed. Ook toen ik ouder werd, bleef ik haar bezoeken. Maar ze kon moeilijk haar liefde uiten. Dat deed ze met eten.”

Speelde het geloof een belangrijke rol?

“Mijn moeder bad wel, maar verdiepte zich niet in de Koran. Mijn vader heeft een korte fanatieke periode gehad. Droeg hij een korte broek, geen foto’s in huis. Maar dat bleek niks voor hem. Hij was een flierefluiter, die achter andere vrouwen aanging. Zelf geloof ik nog. Maar dan wel mijn eigen interpretatie.”

“Ik heb jarenlang mijn homoseksualiteit proberen weg te bidden”

Wat maakte het dan zo moeilijk om uit de kast te komen?

“Schaamte en schuldgevoel richting mijn moeder en de rest van de familie. En toch ook schaamte richting het geloof. Ik heb lang mijn homoseksualiteit proberen weg te bidden. Daarnaast werd duidelijk gemaakt dat wij de mannen waren en dat je moest trouwen. Ik weet niet hoe vaak mijn moeder weer met een meisje aankwam. Moest ik weer acteren.”

Had je iets dat op een uitlaatklep leek?

“Ik ontdekte advertenties in het Algemeen Dagblad, voor mannen. Met een telefoonlijn. Dat triggerde mij. Dus als iedereen op bed lag, belde ik die nummers. Maar op een gegeven moment ontdekte mijn moeder dat de rekening hoger dan normaal was. Ik was doodsbenauwd dat ze specificaties op ging vragen, dat kon toen net bij de PTT. Ik heb direct de rekening betaald en ben gestopt met bellen. Ook was er in Gorinchem bekend dat een ijscoman op mannen viel. Hij had ook een partner. Ik stond vaak op een afstandje naar hem te kijken. Observeren.”

Contact zoeken was een brug te ver?

“Absoluut. Niemand mocht het weten, ik hield alles geheim. Maar ik had het geluk dat ik al rond mijn achttiende het huis van mijn broer kon huren. In die tijd had ik ook mijn eerste seksuele ervaring. Ik was bevriend met een Marokkaanse jongen die ook homoseksueel was. Met hem ging ik later ook weleens naar Amsterdam, waar het COC Arabische avonden organiseerde. Dan gingen we daarna naar de Reguliersdwarsstraat. We wachtten dan om een hoekje tot de rij klein was, zodat niemand zag dat we naar binnen liepen.”

Was dat een opluchting, die eerste ervaring?

“Integendeel. Het schuldgevoel werd alleen maar groter. Ik probeerde mijn gevoelens weg te stoppen. Toen ik merkte dat er een meisje op me viel, heb ik het hele spel zelfs een keer meegespeeld. Een Marokkaanse meid. We kwamen veel bij elkaar over de vloer. Dat toneelspel was verschrikkelijk. Zo’n dubbelleven is enorm vermoeiend.”

En dan breken er nog eens meer dan tien jaren aan waarin je verstoppertje speelt…

“Ja, na dat 25 jaar te doen, was ik helemaal leeg. Ik had in 2009 een zware burn-out en kwam nauwelijks nog mijn bed uit. Durfde ook niet naar buiten, omdat ik bang was dat mensen het zouden zien. Als je een burn-out hebt, denk je niet meer helder. Er ontstond ook paniek binnen de familie, omdat ik al tijden nergens meer op reageerde. Mijn broer, politieman, is toen ingeschakeld. Hij klopte aan, maar ik had de kracht niet om open te doen. Er was voor mij nog maar één uitweg, dus besloot ik vol overtuiging om er een einde aan te maken. De pillen waren al uitgedrukt in het water.”

Maar je zit hier nog.

“Ik kreeg een extreme flashback. Wat er gebeurde weet ik niet, maar het hele leven schoot in een paar seconden aan me voorbij. Er ontstond paniek, maar het was ook een wake-up call. Ik deed het niet en besloot dat ik het moest vertellen.”

Aan wie vertelde je het als eerst?

“Mijn jongere zusje. Zij stond op dat moment het dichtst bij me. Ik was doodmoe en compleet gebroken, maar reed op mijn laatste krachten naar België, waar ze op dat moment woonde. Mijn zus was met haar zoontje thuis, een oom was er toevallig ook. Ik stelde het voortdurend uit, maar toen de oom weg was besloot ik terwijl mijn zus haar zoontje verschoonde het moment te pakken. Mijn zus keek me aan en vroeg of er iets was. ‘Ben je ziek?’ ‘Misschien ben ik ziek’, zei ik. Daarna legde ik in indirecte taal uit dat ik niet op vrouwen val. ‘Is dat alles?’, zei ze. Later pakte ze me vast.”

Was de reactie van je zus bevredigend?

“Aan de ene kant fijn, maar het bracht me ook weer in de war. Ik had dit totaal niet verwacht. De dag erna schaamde ik me vooral. ‘Moet ik het aan de anderen vertellen?’, vroeg ze. Maar dat wilde ik zelf doen. Een paar maanden later vertelde ik het vol schaamte aan mijn broer. Hij reageerde ook veel milder dan ik had verwacht en gaf me een knuffel.”

En je moeder, hoe reageerde zij?

“Haar heb ik het nooit verteld. Volgens mij voelde ze het altijd aan. Vier jaar geleden belde ze me met een andere toon dan normaal. ‘Denk maar niet dat ik gek ben’, zei ze. ‘Ik zag je met een andere man de auto instappen’. Ik ging alles na en wist zeker dat dit niet gebeurd was. Er werd mij onrecht aangedaan. Het is verschrikkelijk als je de kans niet krijgt om iets uit te leggen of je te verdedigen. Het was voor haar een manier om duidelijk te maken mij niet meer in huis te willen hebben. Sindsdien is de band verbroken.”

“Ik kreeg via mijn zusje te horen dat ik mijn moeder geen ‘ma’ meer mag noemen en dat ik haar zelfs in het ziekenhuis niet mag bezoeken”

Komt dat ooit nog goed?

“Laatst heb ik via mijn zusje nog een poging gedaan. Maar ik kreeg te horen dat ik haar geen ‘ma’ meer mag noemen en dat ik haar niet mag opzoeken als ze in het ziekenhuis ligt. Erg verdrietig, want ze heeft nog maar een paar jaar te leven. Het is pure schaamte. Kiezen voor de omgeving in plaats van haar zoon. Enorm pijnlijk, maar ik heb me erbij neergelegd. Eerst was ik boos, nu weet ik dat het onmacht is. Later namen ook de broer en zus aan wie ik het verteld heb afstand van me, omdat ik in de openbaarheid trad. Gelukkig heb ik nog wel contact met mijn jongste en oudste zus.”

Je zit hier stralend. Wat is er in de tussentijd gebeurd?

“Ik zat nog 2,5 jaar in therapie voor mijn burn-out en acceptatie van mijn geaardheid. Zoiets gaat niet zomaar. Tijdens het werk, dat onderdeel was van mijn HBO-opleiding pedagogiek, ontmoette ik een vrouw die nu mijn beste vriendin is. Ze is half Turks en half Nederlands en begrijpt me goed. Ik heb enorm veel aan haar gehad en ze is nog steeds belangrijk in mijn leven. Toen kwam de Marokkaanse boot, tijdens de Gay Pride van 2014.”

Die Gay Pride gooide je leven om?

“Volledig. Ik had me opgegeven voor de boot, maar een dag ervoor begon ik te twijfelen. Straks zou iemand me zien. Maar ik zette me eroverheen en ging toch mee. Dat gaf een enorme boost. Vanaf dat moment ontstond de volledige zelfacceptatie. ‘Nu ga ik het anders aanpakken, het is eindelijk tijd om voor mezelf te leven’ zei ik tegen mezelf.”

In korte tijd ben je van de achtergrond naar de voorgrond getreden. Wat is jouw drive?

“De gedachte dat ik het niemand gun wat ik mee heb gemaakt. Daarom heb ik naast mijn werk als sociaal pedagoog Pink Marrakech opgezet, een organisatie waarmee ik mensen help die in een vergelijkbare situatie zitten. Er zijn veel jongeren die niet uit de kast durven te komen, maar ook oudere mensen. Soms met een heel gezin. De Marokkaanse community en andere islamitische culturen weten me goed te vinden. Zo werd ik al vrij snel gemaild door een Marokkaanse moeder, waarvan de zoon net uit de kast was gekomen. Ze vroeg hulp voor hem en voor haar zoon. We hebben een openhartig gesprek gehad en ze heeft nu veel contact met een andere moeder. Dat geeft moed en energie.”

Zit er vooruitgang in de homo-acceptatie in de islamitische cultuur in Nederland?

“Het is nog een enorm taboe, misschien wel meer door schaamte dan door het geloof zelf. Maar er zijn ook steeds meer goede initiatieven. Zo hebben onlangs meerdere Marokkaanse organisaties en hetero’s laten weten ons te steunen. Onder meer Nida, de lokale islamitische partij van Rotterdam, is openlijk achter ons gaan staan. Daarnaast is er met Pink Marrakech nu een plek waar mensen samen kunnen komen. Via een besloten Facebook-groep bijvoorbeeld. Of telefonisch. Maar er worden ook avonden georganiseerd, zoals een nieuwjaarsborrel.”

Dit jaar organiseer jij de Marokkaanse boot die meevaart tijdens de Gay Pride. Krijg je die een beetje vol?

“Onder Marokkanen blijft het moeilijk. Ik heb honderd mensen aan boord, waaronder dertig Marokkanen. En de meeste daarvan zijn hetero. Vooral dames. Ik kan je vertellen: Marokkaanse vrouwen hebben echt ballen. Zij lopen voorop. Bekende Marokkanen krijgen we er helaas niet op. Ali B., Ahmed Marcouch en Ahmed Aboutaleb hebben we al eens gevraagd. Maar ze zeiden allemaal ‘nee’. Dat moeten ze natuurlijk zelf weten, maar het zou enorm goed zijn als er boegbeelden meevaren.”

Hoe ziet je leven er nu uit, naast al je inspanningen en werkzaamheden?

“Ik ben gelukkig. Sinds januari heb ik een relatie met een Nederlandse jongen. Dat voelde direct goed, in maart gingen we al samenwonen in Amstelveen. We gaan naar festivals, genieten van het leven en door mijn schoonouders werd ik direct omarmd. Heel erg fijn.”

Reageer op artikel:
In gesprek met Nassiri Belaraj, de moedige man achter de Marokkaanse boot tijdens de Gay Pride
Sluiten