Wheels

Life goals: Dakar-rally rijden door de Marokkaanse woestijn (video)

Manners test de MINI John Cooper Works Rally in Marokko

Een bucketlist-item afstrepen is heerlijk om te doen. Bij voorkeur op de ouderwetse manier: met een pen over papier krassen. Ergens op mijn bucketlist stond: ‘In een buggy door de woestijn naar piramides rijden’. De buggy en piramides heb ik ingeruild voor de MINI John Cooper Works Rally – het miljoenenproject waarmee het team ook de Dakar rijdt – en de Marokkaanse woestijn, maar ik reken het goed.

De prestigieuze Dakar-rally wordt jaarlijks in januari gereden in de Zuid-Amerikaanse woestijn. Het is een uitputtingsslag: vijftien dagen lang wordt het uiterste gevraagd van de driver, co-driver, het technische team en de auto.

Van 2012 tot 2015 was het team van MINI heer en meester in de Dakar-rally. Met de nieuwe John Cooper Works Rally, een update van z’n voorganger All4Racing, hopen de Duisters opnieuw de beker in handen te krijgen.

Ter promotie van dit pronkstuk en de deelname van MINI aan de Dakar-rally, kreeg ik de kans om op een kilometers lang parcours door de woestijn van Marokko te knallen. Eerst zelf, daarna als bijrijder van de Finse topcoureur Mikko Hirvonen. Hoe dat er aan toe ging, check in je in de onderstaande video.

Op de proef gesteld

Allereerst: olietankers vol respect voor de mannen in de auto. Na een ronde van respectievelijk vijf en elf kilometer was mijn milt van positie gewisseld met mijn lever. Het zweet gutste uit mijn poriën en m’n nekspieren werden stevig op de proef gesteld.

Bedenk dat de chauffeur tien tot vijftien uur per dag in deze machine doorbrengt, zonder enig richtingsgevoel en met grote risico’s achter elke zandberg. Minstens zoveel respect gaat uit naar de co-driver, die met een roadbook op z’n schoot zich helemaal suf navigeert terwijl zijn oriëntatie compleet in de war wordt geschopt door alle bewegingen – waarover later meer.

Wat een rit

Adrenaline zette elke vezel in mijn lichaam op scherp toen ik achter het stuur kroop. De uitleg van mijn co-driver, Dakar-veteraan Andreas Schulz, was simpel: luister naar mijn aanwijzingen, schakel met de race-pook zonder te koppelen (behalve in z’n één) en bovenal: meer gas is minder frictie onderweg.

Met een auto van een miljoen onder m’n kont (vooral ontwikkelkosten) en een rit vol risico’s voor de boeg, was dat makkelijker gezegd dan gedaan. Maar man, wat was dit vet om te doen. Kuilen zijn geen probleem voor dit apparaat, evenals heuvels, zandbakken en keien. Twee veren per wiel, creaties van het alom geprezen Nederlandse merk Reiger, zorgen dat je steady op de ondergrond blijft en flink wat klappen kunt opvangen.

Word je dan niet alle kanten opgesmeten? Zeker wel, maar in verhouding met de uitdagingen (kuilen zijn in de woestijn serieuze kuilen), is het nog vol te houden. De 340 pk sterke TwinPower Turbo zescilinder diesel met een koppel van 800 NM bij slechts 1850 toeren, zorgt dat je zowel een piek van 184 km/u kunt bereiken en als een traktor door een zandbak kunt trekken.

De auto

Hoewel het design één op één overeenkomt met de originele MINI John Cooper Works, is de body volledig gemaakt van carbon-fibre. Het chassis is van staal. De 1952 kilo’s zijn een schijntje als je bedenkt wat dit gruwelijke apparaat moet presteren.

Een paar leuke details: de wielen wegen 34 kilo per stuk, de tankinhoud is 365 liter waarmee ze zo’n 730 kilometer kunnen rijden, de motor wordt na één seizoen afgeschreven en last but not least: de MINI John Cooper Works Rally voldoet aan alle eisen van het reglement. Een pil van zo’n tweehonderd bladzijden dik. De technische afdeling krijgt er met regelmaat hoofdpijn van.

Co-driver

Hoewel de chauffeur veelal de grote ster is, kan hij inpakken als de co-driver niet capabel is. ‘Het gaat om de samenwerking’, vertelt meervoudig Dakar-winnaar en navigator Michel Périn. ‘Wil je de Dakar winnen, dan moet heel het team kloppen. Van de chauffeur tot het technische team en de co-driver. Mijn tactiek? Niet naar elkaar schreeuwen, haha! Elkaar in de haren vliegen helpt absoluut niet.’

Het werk van de co-driver is te ingewikkeld om in dit artikel uit te leggen, maar voor de beeldvorming: GPS en smartphones zijn verboden. Slechts een kilometerteller en een – door de organisatie geproduceerd – roadbook is toegestaan. Op basis van de afgelegde kilometers en de bijbehorende aanwijzingen in het roadbook, bepaalt de co-driver de richting. Rijden ze verkeerd, dan is hij de rest van de rit de omgereden kilometers van de huidige kilometerstand aan het aftrekken. Dit terwijl hij in erbarmelijke omstandigheden de omgeving moet scannen op afwijzingen .

Zoals gezegd: niks dan respect voor deze mannen. Uiteindelijk draait het natuurlijk allemaal om plezier, maar het werk dat zij verrichten verdient een pluim. En ik? Ik heb m’n lever weer op z’n plek gezet en heb thuis met een grote glimlach op m’n gezicht een streep kunnen zetten op m’n bucketlist.

09-06-2017 - Leroy van den Berg