Manners Talks: fotograaf Terry O’Neill

Manners Talks; een gloednieuwe rubriek waarin we rond de tafel gaan met inspirerende mannen, naar aanleiding van een actualiteit. Korte en frisse interviews waarin we niet schuwen om de diepte in te duiken. Vandaag gaan wij in gesprek met de wereldberoemde (celebrity)fotograaf Terry O’Neill. Meer Manners Talks lezen? Klik hier.

De een z’n dood is een ander z’n brood. Toen de vaste fotograaf van de krant waar Terry O’Neill voor werkte overleed, werd hij naar de Abbey Road Studios gestuurd om groep langharige jongens vast te leggen. Als 20-jarig jochie mocht hij een paar uur later The Beatles op zijn cv bijschrijven. Een waslijst aan muzikanten, acteurs, presidenten en modellen verschenen in de 50 jaar na dit moment voor zijn lens.

Vandaag is Terry O’Neill (77) in Amsterdam om zijn nieuwe boek over The Rolling Stones te promoten: Breaking Stones 1963–1965: A Band on the Brink of Superstardom. Een indrukwekkende verzameling foto’s van de rebelse jochies vóór ze ongekend beroemd werden. Ik spreek met Terry af in de Eduard Planting Gallery, waar hij mij – omringd door de foto’s uit het boek – meeneemt naar de jaren ’60.

Waarom heb je besloten om dit boek nu uit te brengen?
‘Het voelde als de juiste tijd. Ik wilde graag laten zien hoe een wereldband als The Rolling Stones was voor ze werden overgenomen door een superster-status. Ook staan deze mannen met hun oude lichamen nog steeds op de planken. Dat vind ik niet alleen fascinerend, maar ook interessant voor het boek: nu leven ze tenslotte nog. In september komt er nog een boek uit over David Bowie. Een prachtige verzameling foto’s waar ik heel trots op ben.’

‘The Beatles waren saai, ik had altijd het gevoel dat ik vier dezelfde individuen schoot’

Heeft de band de foto’s gezien?
‘Zeker! Ze hielden een tijd geleden een eigen expositie in Londen, dus toen heb ik een aantal foto’s geleverd.’

Was het vreemd voor hen om de foto’s terug te zien?
‘De meeste foto’s kenden ze wel natuurlijk. Maar weet je: de foto’s laten simpelweg zien hoe het er destijds aan toe ging. Werkelijk geen van ons had kunnen bedenken dat deze band in 2016 voor 80.000 man zou gaan optreden in Cuba. Als ik dat destijds tegen Mick Jagger had gezegd, dan had hij mij keihard uitgelachen. We grapten vaak achter z’n rug: ‘Mick gaat het nooit tot z’n 40ste op het podium uithouden’. We zaten er onvoorstelbaar naast. Over acht jaar tikt hij het dubbele aan.’

Heb je nog steeds contact met de bandleden?
‘Ik zie Bill (Wyman, ex-bassist, red.) en Charlie (Watts, drummer, red.) zo nu en dan. Met Keith en Mick heb ik weinig tot geen contact.’

Hoe kwam je met The Rolling Stones in contact?
‘Ik was een jazz-muzikant toen ik ze voor het eerst live zag spelen in een een of ander klein dorpje. Ze waren een geweldige blues-band destijds. Om eerlijk te zijn vond ik ze toen beter dan nu. Ze waren écht anders en authentiek. Daarna werden ze supersterren. Dat is een compleet andere wereld.’

‘Ik ben vooral blij dat ik er bij mocht zijn om alles vast te leggen’

Je hebt enorm veel beroemdheden gefotografeerd. Hoe is je carrière ontplooid?
‘Ik kreeg een baantje bij een krant en had eigenlijk geen idee wat ik precies deed. Op een dag overleed de vaste fotograaf van de krant, waardoor ik zijn positie mocht overnemen. Mijn chef kwam bij m’n bureau staan en zei: ‘Luister, ik weet dat je denkt dat je geen idee hebt wat je doet, maar wij willen dat jij bevriend gaat worden met de popidolen van nu. Je eerste klus is op Abbey Road. Daar oefent een band genaamd The Beatles. Maak mij blij en schiet een paar foto’s, wil je?’

Was het anders om de Stones te fotograferen?
‘Ja! Ik was al een stuk meer voorbereid en gewend geraakt aan het fotograferen van groepen. The Beatles waren saai, ik had altijd het gevoel dat ik vier dezelfde individuen schoot. De Rolling Stones waren vijf losse karakters.’

Hoe heb je de tijd die je met de band hebt doorgebracht ervaren?
‘It was all fun. Ik zou willen dat ik het allemaal nog een keer kon beleven. Ik was pas twintig jaar oud destijds, dus we discussieerden nog vaak over onze toekomst. Wat moesten we in godsnaam doen als dit allemaal voorbij zou gaan? Dan moesten we ineens op zoek gaan naar een ‘echte’ baan, haha.’

Word je weleens midden in de nacht wakker met de gedachten: wat heb ik in godsnaam allemaal meegemaakt?
‘Oh nee, ben je gek. Het is veel te groot om over na te denken, dus dat doe ik ook niet. Ik leef van dag tot dag.’

‘Mick Jagger heeft nooit mijn voorkeur gehad’

Wat denk jij als je de foto’s ziet?
‘Ik ben vooral blij dat ik er bij mocht zijn om alles vast te leggen. Het zijn allemaal echte foto’s. Het is één grote grap eigenlijk. Ik deed mijn best om te leren over fotografie en zij waren zichzelf druk aan het ontwikkelen als muzikanten. De blinde leidt de dove.’

Hoe was het om samen te werken met Mick Jagger?
‘Wijlen Brian (Jones, oprichter van de band, red.) was destijds veel meer de leider dan Mick. It’s a shame he fucked himself up on drugs and all that stuff. Nadat Brian uit de band werd gezet, nam Mick het pas echt van hem over. Dat was na mijn tijd. Mick Jagger heeft nooit mijn voorkeur gehad. Ik vond Keith meer fotogeniek en Brian was een interessanter persoon om mee te praten.’

Je hebt zo ontzettend veel foto’s geschoten. Wat maakt een goede fotograaf een goede fotograaf?
‘God, ik heb geen idee. Dat moet je eigenlijk aan de mensen vragen die er naar kijken, haha! Ik fotografeer simpelweg wat ik zie. Om eerlijk te zijn, vind ik het vreselijk om met de camera om te gaan. Ik maak de foto’s in mijn hoofd en heb de camera slechts nodig om de foto te maken. Iedereen wordt de laatste tijd helemaal dol van de laatste snufjes, maar het gaat om de man achter de camera.’

Hoewel ik nooit zo dicht bij Frank Sinatra, David Bowie, Bruce Springsteen, Elvis Presley, Nelson Mandela of Amy Winehouse ben geweest, voelt en oogt Terry niet als een man van de wereld maar vooral als vriendelijke bejaarde man wiens leven te groot is om te begrijpen. De camera is inmiddels diep opgeborgen en de roem is naar de achtergrond verschoven, zoveel is duidelijk. De puppy die buiten door het zonnetje waggelt, krijgt van hem net zoveel aandacht als zijn samenwerking met Sinatra. Een bizar contrast.

Als journalist is het soms best lastig om het ‘echte’ karakter van een beroemdheid vast te leggen. Hoe doe jij dat als een fotograaf?
‘Het klinkt misschien een beetje raar, maar ik leg simpelweg hetgeen vast wat ik zie. Geen moeilijk gedoe. Dat maakt mijn foto’s heel puur, denk ik. Daarbij voelt het als een tweede natuur om met beroemde mensen om te gaan. Ik begon namelijk met de Rolling Stones en The Beatles, misschien wel de twee grootste bands ooit, en werkte vanaf daar naar beneden toe. Na de Stones en The Beatles ben ik naar LA gereisd om Bruce Springsteen te fotograferen. Hij had toen net Born to Run uitgebracht, waarvan een foto te zien was op een gigantisch billboard achter hem. Ook die foto werd legendarisch.’

Je hebt ook een herkenbaar portret van Amy Winehouse geschoten. Hoe was het om haar te ontmoeten?
‘Amy was een van de laatste fascinerende artiesten, als je het mij vraagt. Zij was dan ook een van de laatste beroemdheden die ik heb gefotografeerd. Ik wilde haar nog graag vastleggen. Ze zat destijds in een afkickclinic in Londen, maar kwam wel optreden tijdens het concert voor Nelson Mandela (hij vierde zijn negentigste verjaardag, red.). Op het moment was ze heel vriendelijk, maar ik merkte aan alles dat ze niet meer te redden was. She was fucked.’

Ben je ooit starstruck geweest?
‘Niet echt. Wel vond ik het ontzettend spannend om de koningin van Engeland te fotograferen. Ik kreeg een officiële brief van haar kantoor dat ze mij wilden om haar vast te leggen. Op de dag zelf mocht ik haar na een hoop gedoe eindelijk ontmoeten. Ik was bloed nerveus, maar binnen twee minuten was ik compleet vergeten waarom ik zo nerveus was. Ze was zo ontzettend aardig! Bij alle andere beroemdheden keek ik er vooral naar uit om ze te ontmoeten.’

Hoe was het om met Frank Sinatra samen te werken?
‘He is just great. Ik herinner nog goed hoe hij samen met een dozijn bodyguards de set op kwam lopen. Ik schoot op dat moment heel vluchtig een foto van hem. Het werd één van mijn beroemdste foto’s. Hij was een old time great. Zo worden ze niet meer gemaakt. Ik weet niet wat er met alle fascinerende muzikanten is gebeurd, maar ik zie ze niet meer. En dan heb ik het nog niet eens over de films die tegenwoordig gemaakt worden. Batman vs Superman en dat soort rotzooi.’

Je hebt alle James Bond-acteurs gefotografeerd. Wie is volgens jou de beste Bond?
‘Sean was de beste allrounder, maar ik vind ze eigenlijk allemaal fantastisch. Roger vond ik heel tof vanwege zijn humor, maar ook Daniel Craig vind ik erg goed. Ik ben vooral benieuwd wie de nieuwe James Bond wordt. Ik hoop Idris Elba, maar ik denk dat James McAvoy meer kans maakt.’

Deze vraag krijg je vast regelmatig, maar ik stel hem toch: welk moment of welke persoon is je het meest bijgebleven?
‘Geen enkel moment springt er specifiek uit; ik heb genoten van alle bijzondere momenten in mijn leven. Ik weet het allemaal nog, zeker als ik de foto’s zie. Dat is wat een goede foto doet; het brengt je terug naar het moment.’

Terry O’Neill in zijn jonge jaren

Reageer op artikel:
Manners Talks: fotograaf Terry O’Neill
Sluiten