Jimmy Nelson-expositie in Maastricht: interview over fotografie en reizen

Museum aan het Vrijthof in Maastricht presenteert van 26 september 2019 tot en met 15 maart 2020 een oeuvre-tentoonstelling van een van onze favoriete fotografen Jimmy Nelson. Twee jaar geleden spraken we met hem. In dat artikel lees je een terugblik op dat interview.

De expositie ‘Homage to Humanity’ biedt een omvangrijke en kleurrijke selectie portretten van inheemse volkeren die dreigen te verdwijnen. Met de feestelijke opening van de tentoonstelling is Museum aan het Vrijthof officieel getransformeerd tot nieuw en gespecialiseerd fotografiemuseum in Zuid-Nederland. De Brits-Nederlandse is internationaal bekend om zijn iconische boeken Before They Pass Away (2013) en Homage to Humanity (2018). Al zijn hele leven reist hij de wereld over om op de meest afgelegen plekken unieke gemeenschappen te portretteren in hun pure schoonheid en traditionele uiterlijke verschijningen. Daarover spraken we hem.

Het interview; wie is Jimmy Nelson?

Jimmy leefde tot zijn zesde in de Afrikaanse rimboe tot zijn ouders besloten te verhuizen naar Groot-Brittanië. “Ik werd naar een Britse kostschool gestuurd, maar ik paste hier niet tussen. Ik werd gepest en niet begrepen. Op mijn zestiende verloor ik al mijn haar, dus was ik ook lelijk. Door al deze dingen besloot ik om op mijn zeventiende weg te vluchten. Ik ben naar de monniken in Tibet afgereisd, omdat niemand daar haar heeft. Het voelde alsof ik daar wel bij zou horen.”

Jimmy Nelson, interview, maastricht

The pursuit of happiness

In totaal woonde Jimmy twee jaar bij de monniken in Tibet. Op een heuse dag maakte hij een pelgrimstocht, waar hij werd overladen door liefde van reizigers die hij onderweg tegenkwam. “Ik ben mensen tegen gekomen die mij spontaan knuffelden en zeiden dat ze van mij hielden. Ik heb deze mensen toen gefotografeerd met een camera die nu vijftig jaar oud is. Na mijn reis heb ik deze foto’s gepubliceerd en dat is waar mijn missie eigenlijk begon.”

Een man met een missie

“Ik was ineens fotograaf. Dat beviel me ook wel, maar het gaat mij niet om de foto’s. Het gaat om de eindeloze zoektocht naar mezelf. Ik ben op mijn negentiende weer vertrokken, op zoek naar mensen als de monniken in Tibet. Ik vroeg me af hoe ik in contact kon komen met inheemse stammen en hoe ik ze kon overtuigen dat ik ze op een eerbiedige manier ging fotograferen. Veel van deze mensen zijn al vaker gefotografeerd, maar meestal met modder en vliegen in hun ogen. Ik wilde ze juist iconisch en esthetisch vastleggen. De wereld gelooft naar mijn mening alleen maar in het stijlbeeld van de westerse cultuur, maar de wereld is één: dat is de boodschap en het thema van mijn project”

Een boek zonder mening

Het eerste boek was volgens Jimmy Nelson een liefdesbrief naar de wereld. Het was een boek zonder mening. “Dat klinkt vaag, maar het betekent dat ik de stammen in al hun schoonheid wilde tonen aan de wereld. Mijn mening deed er niet toe. Omdat veel mensen hun mening klaar hebben staan over andere culturen, ben ik beter gaan nadenken en daaruit is mijn nieuwe project ontstaan. Ik geef niet zozeer uitleg over deze stammen, maar wil het publiek graag meenemen op reis. Dit gaan we doen met een app waarmee je kunt zien wat wij zien. We werken ook met 360-camera’s, dus je kunt onze reizen bekijken met een VR-bril.”

Meer dan 60 stammen

Jimmy Nelson is voor zijn tweede boek bij meer dan zestig stammen geweest. Elke stam is anders, maar ze hebben een ding gemeen. “Wat elke stam deelt is een vorm van eerlijkheid en kwetsbaarheid. Ik ben bij de Chukchi stam in Chukotka geweest. Het was -30 graden en de reis was lang en zwaar. Toen ik ze eenmaal had gevonden, wilden ze niet op de foto. Ze wilden wél dat ik bleef. Uiteraard was ik verbaasd en vroeg mezelf af waarom. De Chukchi-man zei dat ik nooit zoveel moeite had gedaan voor slechts een foto. Toen besefte ik pas waar ik het écht voor deed.”

Jimmy Nelson, fotografie, interview, maastricht

“In Tuvi, Papua Nieuw Guinea heb ik een van de spannendste fotomomenten van mijn leven meegemaakt. Ik was vastberaden om de mensen te fotograferen op een vlot. Daar waren ze al niet zo blij mee. Door de stroming en de waterval bleef het vlot niet stilliggen, dus sprong ik in het water om de boot te zekeren. De stamleden begonnen te schreeuwen naar me, maar ik wist niet waarom. Het bleek dat het water vol zat met krokodillen. Zo geobsedeerd ben ik en zo ver ga ik voor een goede foto. Ik ben nog nooit gestopt met een shoot omdat het te gevaarlijk werd, dat zal ik ook nooit doen. Ik ga waarschijnlijk dood tijdens mijn werk, en dat is oké. Het is een pure adrenalinekick voor mij, het voelt alsof je leeft.”

De kritiek op Before they pass Away

Ondanks het succes, is er behoorlijk wat kritiek geweest op Jimmy’s eerste boek Before they pass Away. De foto’s zouden volgens critici niet overeenkomen met de werkelijkheid. “Wat is authentiek? Westerse mensen zijn gewend om deze stammen op een denigrerende wijze te zien. Arm, niet blank, vies en noem het maar op. Ik heb het andersom gedaan. Ik koos voor een samenwerking met de stammen. Natuurlijk, ze lopen niet elke dag rond in deze klederdracht, maar dat is wél hun cultuur en dat heb ik bij elkaar gebracht.”

Jimmy’s tip voor fotografen

“De camera is het minst belangrijk. Het gaat om het hele proces rondom het maken van de foto’s. Je kunt leren hoe een camera werkt, maar het gevoel zit wel of niet in je. Fotografie gaat om emotie: wat voel je en wat wil je delen?”

Lees hier meer over de expositie van Jimmy Nelson in Maastricht.

Check ook: FIFA 20-interview met Jeroen Grueter: “Natuurlijk werd ik gek van Sierd”

Reageer op artikel:
Jimmy Nelson-expositie in Maastricht: interview over fotografie en reizen
Sluiten