Tjerk de Vries
Tjerk de Vries Advertorial 28 januari 2020

‘Ik dacht: reddingsvest af, dan is het maar snel over’

Als Hans Westenberg op de avond van 1 januari 1995 wordt opgeroepen voor een schip in nood, kan hij nog niet vermoeden in welke helse omstandigheden hij terecht zou komen. Zijn leven dankt hij aan een 22-jarige helikopterpilote van de Koninklijke Marine en haar crew. 25 jaar later ontmoeten zij elkaar weer.

Koninklijke Marine: 25 jaar later

Het is een gezellige drukte in de Traditiekamer op vliegveld De Kooy in Den Helder waar de crew van de Lynx-heli 283 van ‘95 – onder leiding van Denise Eikelenboom – verhalen uit het verleden opdiept.

Tussen hen in staan Hans Westenberg en zijn vrouw Greetje. Ze buigen zich met z’n allen over De Telegraaf van 2 januari 1995. Het was het belangrijkste nieuws van die dag: ‘Zeelieden in storm gered door heli’s’.

Het was die eerste, ijskoude, dag van 1995 op z’n zachtst gezegd onstuimig weer. De hele dag vloog de marine met heli’s heen en weer om de bemanning van schepen in nood te redden. Ook de KNRM was er druk mee.

KNMR
De toenmalige crew (Foto: Matty van Wijnbergen)

Vechten voor je leven

Hans Westenberg is die avond een van de bemanningsleden van de reddingboot Gebroeders Luden die op weg is naar een Turks schip dat al uren flink in de problemen zit. “Het was noodweer”, vertelt Hans.

“Sneeuw, hagel en harde storm. De golven waren soms wel tien meter hoog. Voor de kust van Schiermonnikoog werd ik door zo’n golf meegesleurd en sloeg ik overboord. Ik kwam meters onder water terecht.

Toen ik bovenkwam zag ik nog net een klein stukje boot achter de golven verdwijnen. De bemanning kon mij niet meer zien, het was pikkedonker. Het water was 7 graden. Echt steenkoud, ook al heb je een overlevingspak aan. In eerste instantie raakte ik in paniek en dacht ik erover om mijn reddingsvest af te doen. Dan is het maar snel gebeurd, dacht ik.”

Maar Hans kalmeert iets en besluit te vechten voor zijn leven. “Het lampje, besefte ik. Het lampje moet aan. Wij hebben allemaal een flitslampje bij ons waardoor er een kans is dat je in het donker toch nog wordt opgemerkt. Een ding van een tientje misschien, maar het kan wel je leven redden.”

Hans besluit dus snel het lampje aan te zetten, maar dan volgt een enorme domper. Het lampje doet ‘t niet. “Daar lag ik dan, drijvend op enorme golven met alleen de sterren die ik kon zien. Het reddingsvest drukte tegen m’n kin en moest ik steeds naar beneden trekken. Tegelijk probeerde ik met één hand dat lichtje te maken, op die woeste golven.”

Wonder boven wonder slaagt Hans erin het lampje te laten flikkeren. Dan begint het lange wachten. Later zal blijken dat hij in totaal tweeënhalf uur in het ijskoude water en in het donker heeft rondgedobberd.

Barre zoektocht

Ondertussen is op de marinebasis bij het Search And Rescueteam van de jonge Denise Eikelenboom voor de zoveelste keer die dag de pieper afgegaan. “Er was een man overboord”, vertelt Denise. “Dat betekent slecht nieuws in dat weer, met die kou. Ik ging er dus vanuit dat we op zoek gingen naar een levenloos lichaam.”

De Lynx 283 heeft de grootste moeite om de storm en sneeuwbuien te trotseren. Denise, 22 jaar en de enige vrouwelijke helipilote op dat moment, is echter onvermoeibaar en zet door. S

amen met marine-arts John Vriend, tweede piloot Sjoerd Boleij, boordwerktuigbouwkundige Richard Bakker en heliredder Gert Huttema trotseert zij het natuurgeweld. “Ik weet niet of ik het nu weer zou durven”, zegt Denise eerlijk. “Maar toen was er geen twijfel.”

Ineens ontwaren ze in het donker beneden, tussen de lichtjes van boeien, een afwijkend lampje. Ze vliegen erover heen en zien dan een man zwaaien. “We zagen hem leven”, zegt Denise. “Dan schiet je vol adrenaline en is er nog maar één ding waar je aan denkt: hij moet eruit!”

Door merg en been

Denise moet beslissen of het verantwoord is om heliredder Gert, ook nog een twintiger, in dit noodweer aan een kabel naar beneden te laten afdalen. “Normaal twijfel ik daar niet aan, maar nu vroeg ik het aan Gert.”

Die gaat. “Op die leeftijd denk je niet zoveel na en ga je gewoon”, zegt hij nu. Als hij Hans – die een lichaamstemperatuur heeft van 32 graden – eindelijk vastheeft, kan er worden begonnen met het omhoog takelen van het duo. Dat gaat niet helemaal goed.

De arm van Hans komt vast te zitten in de lier. Met een luide knap begeven de botten het. In de helikopter horen ze een ijzingwekkende schreeuw van pijn. “Dat geluid ging door merg en been”, zegt Denise. “Aan de andere kant was het zó fijn. Hij leefde!”

“Ik ben jullie zo dankbaar”, kan Hans daardoor een kwart eeuw later tegen Denise zeggen.
“Achteraf ben ik blij dat jullie zo jong waren. Daardoor durf je toch wat meer. Jij bent nu pas net zo oud als ik toen was. Het was een ware heldendaad.”

Hoe verder

Hans bleef in eerste instantie gewoon varen voor de KNRM. “Drie jaar. Drie jaar ben ik doorgegaan en had ik nergens last van. En ineens gebeurde het. Ik hoorde de pieper gaan, maar mijn vrouw zei dat die helemaal niet was afgegaan. Ik sliep slecht, had nare dromen en werd midden in de nacht zomaar wakker. Ik ben ermee gestopt, met dat varen. Op advies van een psycholoog. Het was genoeg geweest.”

Denise vindt het geweldig om iedereen weer te zien. “We hebben een leven gered. Maar daar was ik voor opgeleid en ik zat die dag vol adrenaline. We gingen gewoon door, beseften het niet zo. Maar nu, nu ik Hans en Greetje zie, hoe blij zij zijn en hoe dankbaar nog altijd. Ja, dat raakt me.”

Naschrift: naar aanleiding van de redding destijds werden alle reddingvesten bij de KNRM voorzien van kruisbanden en worden de lampjes, die levensreddend kunnen zijn, jaarlijks gecontroleerd.

Meer over de KNRM lezen en de hele documentaire kijken? Check dan deze pagina

In samenwerking met KNRM

Reageer op artikel:
‘Ik dacht: reddingsvest af, dan is het maar snel over’
Sluiten