Michiel Hekkens
Michiel Hekkens Geld & Carrière Bijgewerkt: 24 feb 2026
Leestijd: 3 minuten

EU-landen met grootste kloof rijk en arm, nummer 1 verrast

Traditioneel geldt Zweden als gidsland op nagenoeg elke sociale maatstaf, van verzorgingsstaat tot algemeen geluksniveau. Opvallend genoeg zijn de Zweden echter ook koploper als land in Europa met de grootste kloof tussen rijk en arm. Dat is dan weer niet heel sociaal.

Dit blijkt uit het Global Wealth Report van de Zwitserse bank UBS, een jaarlijkse wereldwijde analyse van vermogen en rijkdomsverdeling. Manners zoomt in op de verschillen tussen rijk en arm op ons eigen continent, weergegeven via de Gini-index. Ter aanvulling onderzoeken we per land welk aandeel van het totale vermogen in handen is van de rijkste 10 procent.

Gini-index: Zweden op kop, Nederland middenmoot

De Gini-index is een maatstaf voor ongelijkheid in de verdeling van vermogen binnen een land. Een waarde van 0 staat voor een perfecte verdeling (iedereen heeft exact evenveel bezit), terwijl een waarde van 1 maximale ongelijkheid aangeeft (één persoon bezit alles, de rest niets). Dit zijn de landen van Europa gerangschikt op Gini-coëfficiënt.

RangLandGini-coëfficiënt (vermogen)
1Zweden0,75
2Cyprus0,72
3Tsjechië0,72
4Letland0,70
5Duitsland0,68
6Zwitserland0,67
7Nederland0,65
8Denemarken0,62
9Finland0,64
10Frankrijk0,59
11Verenigd Koninkrijk0,58
12Polen0,57
13Italië0,57
14Spanje0,56
15Luxemburg0,55
19Malta0,48
20België0,47
21Slowakije0,38
Bron: Global Wealth Report 2025

Hoewel Zweden bekendstaat als een land met hoge belastingen en een sterke verzorgingsstaat, heeft het de afgelopen 15 jaar veel belastingwijzigingen doorgevoerd die gunstig uitpakken voor de rijken. Vermogensbelasting, erfbelasting én schenkbelasting werden afgeschaft, waardoor grote vermogens ongeremd kunnen groeien over meerdere generaties.

Nederland staat in de subtop met een Gini-coëfficiënt van 0,65, dat door het rapport wordt geduid als ‘gemiddelde tot hoge ongelijkheid’. Ook in Nederland neemt de vermogensongelijkheid toe. Een van de voornaamste oorzaken zijn de stijgende huizenprijzen, die zorgen voor een steeds grotere kloof in rijkdom tussen huizenbezitters en huurders.

Er is overigens ook een aparte Gini-coefficiënt voor inkomen. Daarin scoort Nederland veel lager dan voor vermogen, namelijk 0,30. Wereldwijd is vermogen veel ongelijker verdeeld dan inkomen. De meeste mensen hebben immers een inkomen, maar lang niet iedereen heeft vermogen.

Dit vermogen is in bezit van rijkste 10 procent

Omdat we de Gini-coëfficiënt toch wat abstract vinden, zetten we ook nog per land onder elkaar welk aandeel van het totale vermogen in bezit is van de rijkste 10 procent huishoudens. In dit geval zijn de cijfers afkomstig van de Europese Centrale Bank. Zweden ontbreekt, omdat de ECB alleen gegevens bijhoudt van landen binnen de eurozone.

RangLandTop 10%
1Letland64%
2Oostenrijk64%
3Duitsland61%
4Italië60%
5Litouwen60%
6Portugal58%
7Finland58%
8Estland56%
9Frankrijk55%
10België55%
11Spanje53%
12Luxemburg52%
13Hongarije50%
14Slovenië50%
15Ierland49%
16Nederland46%
17Griekenland45%
18Cyprus45%
19Slowakije44%
20Malta43%
Bron: ECB, 2025

Nederland behoort in deze lijst tot een select groepje van zes landen waar de rijkste tien procent huishoudens minder dan de helft van het totale vermogen bezit. De rijkste tien procent bezit in ons land ‘slechts’ 46 procent van de taart.

Dit komt doordat Nederlanders verplicht vermogen opbouwen via hun pensioenfonds en relatief vaak een eigen huis bezitten. Hierdoor hebben ook de huishoudens in de middenklasse een aanzienlijk deel van het totale vermogen in bezit.

Tot slot zijn er vijf Europese landen waar de rijkste tien procent minstens 60 procent van alles bezit, waaronder Italië en Duitsland.

Schrijf je in voor Manners Weekly!

Elke vrijdag echte verhalen regelrecht in je mailbox.