Redactie
Redactie Cars 28 jun 2015

Driving Manners: Ford Focus ST-3

Je herinnert je vast nog wel de vroege jaren ’90, waarin je met 150 pk in je hatchback een hele meneer was. Inmiddels lukt het autofabrikanten om dergelijke vermogens uit zeer kleine en efficiënte motoren te peuteren. Het gevolg is dat je het met je ooit zo snelle GTI’tje nu aflegt tegen de eerste de beste leasebak uit het compacte segment. Bah. Gelukkig evolueren hot hatches mee. De Ford Focus ST komt tegenwoordig met 250 pk. Op de voorwielen.

Jawel: 250 paarden op de voorwielen dus. Voor wie niet helemaal bekend is met de basisbeginselen: aandrijving op de achterwielen betekent in de basis overstuur (de achterkant wil uitbreken in de bocht). Aandrijving op de voorwielen betekent in de basis onderstuur (de voorkant van de auto wil rechtdoor in de bocht). Voorwielaandrijving heeft in principe het nadeel dat de wielen waarmee je stuurt ook worden aangedreven.

Je merkt dit al bij een autootje met 100 pk, dus Ford neemt enigszins een risico door de Focus ST voorwielaandrijving mee te geven, terwijl-ie zo’n hoog vermogen genereert. Onlogisch is dit niet, overigens: de hele Focus-lijn heeft voorwielaandrijving en dus zou het niet kostenefficiënt zijn om voor één model de aandrijving om te gooien. Overigens zal in een later stadium een nóg snellere Focus RS onthuld worden met (waarschijnlijk) vierwielaandrijving.

‘De rechtervoet is de sleutel. Trap de ST op zijn staart en zijn ware aard komt naar boven.’

Genoeg droge kost: je wilt natuurlijk weten of die Ford Focus ST een beetje rijdt. Het helpt dat Ford al jaren bewijst dat zij uitstekende onderstellen kunnen bouwen. En dat is in dit geval wel nodig ook. Het eerste dat opvalt, is dat de Ford Focus ST niet extreem is, afgezien van zijn uiterlijk en kleur dan. Je zit in nauw sluitende Recaro sportstoelen en het dashboard is voorzien van het ST-logo en extra meters voor de olietemperatuur, oliedruk en turbodruk. That’s it. Een beetje teleurstellend? Eigenlijk wel. Een wat spannender instrumentarium bijvoorbeeld, zou de hartslag wat kunnen verhogen. De ST onderscheidt zich van de ‘gewone’ Focus, maar in het interieur niet zo nadrukkelijk als wij zouden willen zien. Als je de auto start, komt de 2.0 liter viercilinder met turbo redelijk ingetogen tot leven. Schakelen gaat aangenaam direct, wegrijden weliswaar ook maar voelt verder erg soepel… niets verraadt dat je hier met een pk-beest op pad gaat.

En dat is meteen het Jeckyll & Hyde-karakter van de Ford. Gedraag je normaal en de Focus ST gedraagt zich als een soepele, tamme alledaagse bak, De rechtervoet is de sleutel. Trap de ST op zijn staart en zijn ware aard komt naar boven. Vanaf moment één komt Ford’s expertise en ervaring naar voren. De afstelling van de motor is perfect: van een turbogat is nauwelijks sprake want de motor pakt vlot op en geeft je direct een boost in de rug. Voorheen had de Focus ST een vlezige 2.5 liter vijfcilinder. Die is – met het oog op emissie-eisen – gesneuveld. De 2.0 liter viercilinder doet er geen moment voor onder. Hij is onderin soepel en krijgt het bijzonder naar zijn zin wanneer de toeren stijgen. Hij is elastisch, krachtig en klinkt lekker donker. Mis je het geroffel van de vijfcilinder? Een klein beetje maar. Ford past een veelgebruikt foefje toe: om het geluid van een kleinere motor wat te boosten, wordt de sound versterkt via de speakers. Dat gaat ongemerkt. Je kunt wel zeuren dat dit ‘nep’ is, maar het klinkt vol en authentiek. De vierpitter laat een lekkere, ietwat rauwe roffel horen. Doe je rustig aan met de rechtervoet, dan is-ie overigens keurig stil.

‘Elke keer als je met maximum attack een bocht pakt, denk je daarna: okay, dat had nóg harder gekund.’

Het is tijd om de Focus ST écht op zijn staart te trappen. Dat is iets wat wij bijzonder kunnen aanraden. Wat gaat dit ding strak door de bocht, zeg. Ga je voluit, dan merk je wel dat de 250 paarden sleuren aan de voorwielen. Je hebt wat last van een onrustig stuur door ‘torque steering’: de aandrijfkrachten die trekken aan de stuurkolom. De heerlijk directe besturing van de ST en het feit dat je eenvoudig kunt compenseren met het gaspedaal, zorgt ervoor dat dit niet erg is. Sterker nog: het is wel leuk. De wagen laat zich heerlijk zetten dankzij het stoïcijnse onderstel. Elke keer als je met maximum attack een bocht pakt, denk je daarna: okay, dat had nóg harder gekund.

‘dit is die uiterst serieuze, afgetrainde sporter die op elk apparaat goed scoort en elke oefening met verve uitvoert.’

De conclusie is dat de Ford Focus ST een bijzonder gebalanceerd scheurijzer is. Netjes als het moet maar een beheerst beest als je los gaat. Dit is niet die cosmetische spierbundel in de sportschool: dit is die uiterst serieuze, afgetrainde sporter die op elk apparaat goed scoort en elke oefening met verve uitvoert. Sturen in de ST gaat nooit vervelen. Enkel op bochtige weggetjes met korte rechte stukken, zou je willen dat de derde en vierde versnelling iets korter waren. Dat ze wat langer zijn, is niet zo gek: de Duitser beukt door tot maar liefst 248 km/u (en sprint in 6,5 seconden naar 100 km/u). Je hebt de ST-3, de compleetste uitvoering, voor 39 mille. 250 pk, 360 Nm, leren sportstoelen, navigatie (op een veel groter en sterk verbeterd scherm t.o.v. de vorige generatie), DAB digitale radio, cruise control, spraakbesturing, parkeersensoren, Xenon verlichting…. het is een hoop lekkers voor een puik bedrag. De Ford Focus ST ziet er naar onze mening ook nog eens lekker dreigend uit. Bestel ‘m vooral in een flamboyante kleur, dat staat ‘m goed. Enkel het interieur zou nog wel wat spannender mogen. De Ford Focus ST is qua karakter niet de uitbundigste hot hatch; het is gewoon meer een perfectionist. En weet je wat het fijnste is? Rijd je op de grens en krijgen de voorwielen het zwaar, dan weet de stabiliteitscontrole dat je rijdt in een auto die heel wat aankan. Hij grijpt pas erg laat in. De Focus ST is (what’s in a name) gefocust. Op prestaties. Zonder te betuttelen. Heerlijk!

Reageer op artikel:
Driving Manners: Ford Focus ST-3
Sluiten