Michiel Hekkens
Michiel Hekkens Geld & Carrière 27 mei 2026bijgewerkt: 1 jun 2026, 
Leestijd: 3 minuten

De ‘gulste’ landen qua ontwikkelingshulp: Nederland bezuinigt fors

Net als veel westerse landen snijdt Nederland fors in zijn bedrage aan ontwikkelingshulp. Dit zijn de meest vrijgevige landen, nu en in bezuinigingsjaar 2027.

Niet alleen in Nederland is het sentiment onder de bevolking negatief. Vrijwel alle westerse landen zitten vol boze burgers, vooral vanwege het migratiedossier. Omdat het regeringen niet lukt om de instroom van asielzoekers te beperken, proberen ze de kiezer dan maar op een andere manier te paaien. Snijden in ontwikkelingshulp is populair. Want als de mensen in de armste landen nog armer worden, komen ze minder snel hierheen. Of zo.

Zoveel geld geven westerse landen aan ontwikkelingshulp

De afgelopen vijftig jaar nam ontwikkelingshulp van westerse landen juist steeds verder toe, doordat die als percentage van het bbp meegroeide met de toenemende welvaart. In 2023 bereikte de gezamenlijke bijdrage van 33 westerse landen een recordbedrag van 197 miljard euro. Daarna keerde het sentiment en schroefden veel landen hun vrijgevigheid terug. In 2024 daalde de gezamenlijke opbrengst naar 185 miljard euro, in 2025 nam deze verder af naar 142 miljard euro. Voorlopig is de bodem nog niet in zicht.

In het zogeheten DAC (Development Assistance Committee) hebben westerse landen ooit met elkaar afgesproken om 0,7% van hun Bruto Binnenlands Product aan ontwikkelingshulp uit te geven. Oftewel, voor elke honderd euro die een land verdient, moet er 0,70 euro naar ontwikkelingshulp. Hier hield bijna niemand zich ooit aan, behalve natuurlijk de braveriken uit Scandinavië en Luxemburg. Ook Nederland brak zijn belofte, maar deed dat met 0,58 procent nog relatief beschaafd. In onderstaande ranglijst zit je de ontwikkelingshulp per land in het jaar 2025, uitgedrukt als percentage van het bbp.

RangLandOntwikkelingshulp
1Noorwegen1,03%
2Luxemburg0,99%
3Zweden0,85%
4Denemarken0,72%
5Nederland0,58%
6Duitsland0,56%
7Zwitserland0,46%
8Finland0,44%
9Verenigd Koninkrijk0,43%
10Ierland0,42%
11Frankrijk0,42%
12België0,37%
13Japan0,35%
14IJsland0,34%
15Oostenrijk0,33%
16Canada0,32%
17Italië0,30%
18Nieuw-Zeeland0,27%
19Spanje0,27%
—Totaal DAC0,26%
20Slovenië0,22%
21Litouwen0,21%
22Zuid-Korea0,20%
23Estland0,19%
24Australië0,18%
25Letland0,18%
26Portugal0,18%
27Polen0,16%
28Hongarije0,14%
29Roemenië0,14%
30Slowakije0,13%
31Griekenland0,13%
32Tsjechië0,12%
33Verenigde Staten0,09%
Bron: ODA

Vanaf volgend jaar snijdt Nederland fors in de ontwikkelingshulp. Onder bewind van kabinet Schoof 1 is afgesproken dat er vanaf 2027 jaarlijks 2,4 miljard euro bezuinigd wordt. Dit is meer dan een derde van het totale budget van 6,3 miljard euro. Met de progressieve Rob Jetten aan de macht zou je verwachten dat deze bezuiniging stante pede wordt teruggedraaid, maar dat is niet het geval. Kabinet-Jetten I laat de bezuiniging staan, maar trekt tegelijk 257 miljoen euro extra uit voor ontwikkelingshulp. Dit lijkt niet meer dan een ietwat schijnheilig statement naar de eigen achterban, want onderaan de streep resteert een netto bezuiniging van 2,14 miljard euro.

Nederland zakt door radicale bezuiniging

Nederland is de facto het op één na rijkste land van Europa, maar is steeds minder bereid bij te dragen aan armoedebestrijding elders in de wereld. Na de bezuinigingen van 2027 daalt onze bijdrage tot ongeveer 0,46 procent van het bbp. Als de rest hetzelfde geeft, zakken we naar een gedeelde zevende plaats naast Zwitserland. Bezuinigen de andere landen ook verder op ontwikkelingshulp, zoals verwacht, dan handhaven we onze vierde plaats misschien wel. Het is de cynische realiteit: we geven steeds minder, maar zijn alsnog een van de vrijgevigste landen.

Tot slot is er altijd baas boven baas. Dat kan er maar één zijn. Onder leiding van Donald Trump daalde de ontwikkelingshulp in de Verenigde Staten van 65,5 miljard dollar in 2024 naar 28,2 miljard dollar in 2025. Dit is een daling van 57 procent, waarmee de VS nu naar rato het minst bijdragen van alle 33 OESO-landen.

Michiel Hekkens
Geschreven door Michiel Hekkens

Michiel studeerde filosofie, woonde enige tijd in China en gaf les op een middelbare school voordat hij bij Manners terechtkwam. Als journalistieke veelvraat dompelt hij zich net zo graag onder in de longreads van The Economist als in de onderbuik van Johan Derksen. Die brede interesse is terug te zien in zijn werk als redacteur. En of hij nu schrijft over de baas van de ECB of het goedkoopste Funda-krot van Oude Pekela, altijd dient zich wel een filosofisch zijpad aan. Dit laat hij nimmer onbewandeld.