Is het Beter Leven Keurmerk de oplossing tegen dierenleed en de groeiende vleesconsumptie?

Het Beter Leven Keurmerk van de dierenbescherming is jarig en viert dit jaar haar tiende jubileum. Het alom bekende drie sterrensysteem helpt consumenten al tien jaar lang een bewuste keuze te maken op het gebied van diervriendelijkheid, maar hoe “vriendelijk” is die keuze eigenlijk en welke invloed heeft het?

Kippenpootjes, gehakt, worstjes, spareribs; de Nederlandse supermarkten liggen vol met vlees. De vleesindustrie blijft dus groeien, met alle gevolgen van dien. De CO2 uitstoot is enorm, gebieden worden ontbost voor meer ruimte en de enorme hoeveelheid vervuilende mest is bijna niet te verwerken. Om een verandering teweeg te brengen moeten consumenten bewust worden gemaakt van de impact.

In Nederland wordt per inwoner ongeveer 76 kilo vlees geproduceerd

Wat vertellen de sterren je eigenlijk?

Het keurmerk van de dierenbescherming is een stap in de goede richting gebleken. De consument kan nu nog bewuster kiezen voor een beter product, maar weten we eigenlijk wel wat die sterren op je pakje slavinken betekenen? Het geromantiseerde beeld dat veel mensen hebben bij biologisch scharrelvlees met drie sterren komt namelijk vaak niet overeen met de werkelijkheid.

Biologische legkippen mogen vrij naar buiten en dat is zeker een vooruitgang, maar ze zitten nog steeds met z’n zevenen op een vierkante meter. Bij vleeskippen met drie sterren zitten ze zelfs met tien soortgenoten opgepropt.

Varkens hebben het niet veel beter, zij krijgen namelijk per beest één vierkante meter. Dit is maar 0,2 vierkante meter meer dan in een gangbare houderij zonder keurmerk. Daarnaast wordt ook de staart van een varken met een Beter Leven Keurmerk gewoon afgeknipt. Ze laten hem wel wat langer, maar het blijft dierenleed.

Iedere verbetering telt

Diervriendelijk is het dus nog allerminst, maar het is toch noemenswaardig wat de dierenbescherming heeft weten te bereiken. In de afgelopen tien jaar zijn de omstandigheden namelijk wel degelijk verbeterd. Het is nog niet op het niveau dat we graag zouden willen zien, maar het is een stap in de goede richting.

Vleesverwerkers begrijpen tegenwoordig maar al te goed hoe belangrijk het is, voor hun verkoop, om het keurmerk op het vlees te hebben. Zo is het aantal dieren die worden gehouden onder het Beter Leven-systeem gegroeid van 20 miljoen in 2015 naar 26 miljoen in 2016.

Het dieperliggende probleem

Het keurmerk heeft dus wel degelijk een effect. Dierenwelzijn is verbeterd en de consument kan bewuster een keuze maken. Helaas blijft het grootste probleem bestaan en dat is dat we te veel vlees eten. In Nederland wordt per inwoner ongeveer 76 kilo vlees geproduceerd. Dit is minder dan in voorgaande jaren, maar we liggen nog wel boven het wereldwijde gemiddelde.

Deze productie is een zware belasting voor het milieu en dat terwijl we deze hoeveelheid vlees helemaal niet nodig hebben. Als iedereen vegetariër wordt nemen de voedselgerelateerde broeikasgassen met 63 procent af. Dit betekent niet dat we spontaan afscheid moeten nemen van ons biefstukje, maar twee of drie dagen per week geen vlees eten kan al veel verschil maken.

Het Beter Leven Keurmerk is in de afgelopen tien jaar een goed initiatief gebleken, maar het is geen oplossing voor alle problemen. De vleesproductie blijft groeien met alle gevolgen van dien. Het is op een gegeven moment gewoon niet meer mogelijk om de omstandigheden voor dier en milieu te verbeteren. Simpelweg omdat er geen ruimte meer is.

Een manier om de negatieve effecten van deze groei te stoppen is er vooralsnog nog niet. Het is daarom nu nog aan de consument zelf om een verschil te maken. We kunnen niet op deze voet blijven doorgaan. Denk daarom goed na of het wel nodig is om een extra speklapje in de pan te gooien.

Reageer op artikel:
Is het Beter Leven Keurmerk de oplossing tegen dierenleed en de groeiende vleesconsumptie?
Sluiten