Zoveel belasting betaal je per liter benzine, Nederland EU-koploper
Terwijl verschillende EU-landen de belasting en accijns op brandstof verlagen, blijft Den Haag opvallend stil. Ondertussen verdwijnt van elke liter benzine die je hier tankt inmiddels zo’n €1,25 rechtstreeks in de staatskas. Geen enkel EU-land verdient zoveel per liter. Waarom grijpt kabinet Jetten niet in?
In meerdere Europese landen wordt inmiddels wél ingegrepen. Zo verlaagt Ierland de accijns op brandstof en werkt Oostenrijk aan belastingverlagingen en prijsmaatregelen. Spanje kiest zelfs voor een flinke btw-verlaging op brandstof (van 21% naar 10%). Italië overweegt soortgelijke stappen, terwijl landen als Kroatië en Hongarije prijsplafonds invoeren.
Paniek aan de pomp
Langzaam maar zeker begint Europa te reageren op de oplopende brandstofprijzen als gevolg van de crisis in het Midden-Oosten. Ook in EU-landen waar nog geen concrete maatregelen zijn genomen, staat het onderwerp inmiddels hoog op de agenda. In Nederland speelt dat debat ook, al is het vooral de oppositie die zich druk maakt. Het kabinet ziet vooralsnog namelijk geen directe reden om de accijns te verlagen.
Voordat we ingaan op waarom het kabinet (nog) niet ingrijpt, is het interessant om Nederland te vergelijken met de rest van Europa. Hoeveel belasting betalen we eigenlijk per liter benzine? En hoe verhoudt dat zich tot andere EU-landen? Om dat in kaart te brengen, hebben we op basis van cijfers uit het Europese Commissie Weekly Oil Bulletin zelf de rekening opgemaakt.
Nederland EU-koploper in belasting per liter benzine
In onderstaande tabel zie je per land de prijs voor een liter benzine, zowel inclusief als exclusief belasting. Zo wordt direct duidelijk in welke landen de belastingdruk momenteel het hoogst ligt.
| Land | Zonder belasting | Met belasting | Belasting (€ / l) |
|---|---|---|---|
| Nederland | 1,091 | 2,347 | 1,256 |
| Denemarken | 1,086 | 2,246 | 1,160 |
| Finland | 0,963 | 2,115 | 1,152 |
| Duitsland | 0,941 | 2,075 | 1,134 |
| Griekenland | 0,927 | 2,037 | 1,110 |
| Ierland | 0,824 | 1,885 | 1,061 |
| Frankrijk | 0,954 | 1,973 | 1,019 |
| België | 0,798 | 1,801 | 1,003 |
| Oostenrijk | 0,839 | 1,841 | 1,002 |
| Portugal | 0,947 | 1,922 | 0,975 |
| Letland | 0,863 | 1,791 | 0,928 |
| Roemenië | 0,880 | 1,791 | 0,911 |
| Estland | 0,763 | 1,654 | 0,891 |
| Litouwen | 0,864 | 1,725 | 0,861 |
| Slowakije | 0,691 | 1,531 | 0,840 |
| Slovenië | 0,627 | 1,465 | 0,838 |
| Kroatië | 0,740 | 1,565 | 0,825 |
| Tsjechië | 0,863 | 1,686 | 0,823 |
| Luxemburg | 0,907 | 1,727 | 0,820 |
| Zweden | 0,972 | 1,775 | 0,803 |
| Italië | 0,985 | 1,779 | 0,794 |
| Malta | 0,586 | 1,340 | 0,754 |
| Polen | 0,940 | 1,687 | 0,747 |
| Hongarije | 0,867 | 1,580 | 0,713 |
| Spanje | 1,030 | 1,733 | 0,703 |
| Cyprus | 0,809 | 1,486 | 0,677 |
| Bulgarije | 0,746 | 1,394 | 0,648 |
(Bron: Weekly Oil Bulletin 26 maart, Europese Commissie)
Belasting en accijns in andere EU-landen tot 80% lager
Zoals we al eerder al zeiden is Nederland momenteel de absolute koploper binnen de EU. Van de 2,35 euro die je gemiddeld per liter betaalt, verdwijnt meer dan de helft (zo’n 1,26 euro) in de staatskas. In onze achteruitkijkspiegel komen Denemarken en Finland nog het dichtst in de buurt, maar het gat is aanzienlijk. In deze landen ligt de belastingdruk op respectievelijk €1,16 en €1,15 per liter.
Het gat met andere EU-landen is zelfs nog vele malen groter. Zo gaat in landen als Frankrijk en België ongeveer een euro per liter naar de staatskas. En dan hebben we het nog niet eens gehad over Spanje en Italië. Daar ligt de belasting op benzine per liter zo’n 60 tot bijna 80 procent lager dan in Nederland. En dat verschil loopt bij elke tankbeurt dus al snel op tot tientallen euro’s.
Waarom kabinet Jetten de benzineprijzen niet wil verlagen
Het mag dus duidelijk zijn dat we in Nederland ongekend veel belasting en accijns betalen op benzine. Je zou dus zeggen dat daar wel wat ruimte zit om het Nederlandse volk wat te ontzien. Toch wil het kabinet er nog niet aan, en daar hebben ze ook (goede) redenen voor.
Het belangrijkste argument om niet te rommelen met belastingen en accijns op brandstof, is dat het te duur en niet effectief is. Een lagere brandstofbelasting kost de staat al snel miljarden euro’s per jaar. Bovendien komt zo’n maatregel vaak onevenredig terecht bij mensen die het minder hard nodig hebben. Zo profiteren de bestuurders van een grote, dorstige BMW meer dan mensen die bewust kiezen voor een kleine en zuinige auto.
Geen accijns verlagen, maar gerichte hulp
Het kabinet lijkt daarom de voorkeur te geven aan maatregelen die minder algemeen zijn, zodat het geld gerichter terechtkomt bij de mensen die het harder nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan gerichte koopkrachtmaatregelen, zoals hogere toeslagen of belastingkortingen voor lagere en middeninkomens. Op die manier wordt steun niet verdeeld over alle automobilisten, maar specifiek ingezet voor huishoudens die het meest geraakt worden door stijgende kosten.
Dit soort plannen liggen overigens ook nog niet op tafel. Het kabinet wil tot nu toe niet veel meer loslaten dan dat ze de situatie nauwlettend in de gaten houden. Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat ze niet te vroeg al willen beginnen met het uitgeven van miljarden. Het verleden heeft ons geleerd dat direct handelen namelijk ook kan leiden tot onnodige grote uitgaven. Het gevaar daarin is echter dat je te laat ingrijpt en dat mensen onnodig in de problemen komen.
Waarom laten we de accijnsverlaging niet gewoon in de staatsschuld lopen?
Zeker in een tijd waarin de overheid juist op de uitgaven moet letten, is dit geen eenvoudige keuze voor het kabinet. Tegelijkertijd groeit de druk om wél in te grijpen. De roep om de kosten dan maar via de staatsschuld op te vangen klinkt steeds vaker, zeker omdat Nederland vergeleken met andere EU-landen nog relatief veel financiële ruimte heeft. Maar zo simpel is het niet.
Meer lenen klinkt als een simpele oplossing, maar dat is niet zonder risico’s. Extra overheidsuitgaven zorgen ervoor dat er meer geld in omloop komt, en dat kan de inflatie verder aanjagen. Als prijzen sneller stijgen, grijpt de Europese Centrale Bank in door de rente te verhogen. En juist daar zit het probleem: een hogere rente maakt het voor de overheid duurder om geld te lenen.
Daardoor worden niet alleen nieuwe schulden kostbaarder, maar drukken ook bestaande schulden steeds zwaarder op de begroting. Wat op korte termijn verlichting geeft, kan op langere termijn juist extra pijn veroorzaken. Dat is precies de reden waarom het kabinet (en met name de VVD) zich zo krampachtig vasthoudt aan een strakke financiële huishouding.
Onmogelijke spagaat
Uiteindelijk is het dus geen zwart-wit verhaal. Ja, tanken is in Nederland duur en de belasting ligt hoger dan in veel andere EU-landen. Maar ingrijpen is minder eenvoudig dan het lijkt. Het kabinet moet balanceren tussen betaalbaarheid, overheidsfinanciën en zelfs zaken als klimaatdoelen. Vanaf een afstandje lijkt de oplossing vaak simpel, maar dat valt dus vaak nog vies tegen. We zijn in ieder geval blij dat niet wij deze beslissing niet hoeven te nemen.
Welke beslissing het kabinet ook neemt, de beste manier om goedkoper te rijden is nog altijd om minder te verbruiken. Bijvoorbeeld door te kiezen voor de betrouwbaarste en zuinigste occasion van 2026, of door over te stappen op elektrisch rijden. Wij rekenden alvast voor je uit hoeveel dat laatste je per 100 kilometer kan schelen.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.manners.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F06%2FThomas-Aalderink-square.jpg)